Get Adobe Flash player

Langestraat 99-101, Engelse Kerk


Restauratie voor Engelse Kerk  - De Zeewacht 27 maart 2009

De Engelse Kerk in de Langestraat is niet als monument beschermd, maar heeft een grote historische waarde.  Het orgel is een van de oudste van Oostende en werd nog door James Ensor bespeeld.  In de kerk valt het ontbreken van heiligenbeelden - typisch voor alle protestantse kerken en dus ook voor de  anglicaanse - meteen op.  Een reeks vlaggen, gedenkplaten en poppies of papavers brengen er de eerste wereldoorlog in herinnering.  Maar het kerkgebouw is dringend aan restauratie toe.

Gelieve minimum Flash 9 te willen installeren, deze is gratis verkrijgbaar via http://www.adobe.com

"De kerk is een stadsgebouw en zal vanaf 2010 gerestaureerd worden", vertelt Gijs Speltincx, church warden of kerkmeester.  "Het wordt een meerjarenplan, waarbij eerst de buitenmuren en het dak, en later de hele binnenkant vernieuwd worden.  De kostprijs wordt geraamd op 620.000 € waarvan 30 % door de Vlaamse overheid wordt gesubisdieerd.  De rest is voor rekening van de stad.  We maakten realistische afspraken met de stad om de kosten over vijf jaar te spreiden.  In het deel links komt een parochielokaal." (HH)

Onder druk van Leopold I - De Zeewacht 27 maart 2009

Al in 1783 vestigde zich een eerste anglikaanse chaplain of kapelaan in Oostende, maar later werd de aanwezigheid van de Engelse Kerk in Oostende enkele keren onderbroken.  In 1836 kwam er opnieuw een chaplain, die een kapel in de Wittenonnenstraat deelde met de Nederlandse protestanten.  Toen de kapel in 1863 moest wijken voor een nieuw postgebouw, besliste het stadsbestuur im in de Langestraat een nieuwe kerk voor de Engelse gemeenschap te bouwen.  Dat gebeurde onder druk van koning Leopold I, zelf een Lutheraans protestant.  In 1865 werd de kerk ingewijd.  In Oostende woonden toen 2000 Britten op zo'n 16.000 inwonders.  (HH)

 

Geschiedenis

"The English Church" is een bedehuis voor Anglicaanse eredienst naar ontwerp van architect Felix Laureys (Oostende).  Het werd opgetrokken in 1863-1864 op plaats van het oud slachthuis en gelegen aan toenmalig oostelijk uiteinde van de Langestraat.  Het is een neogotische zaalkerk van zes traveeën met vlakke koorsluiting onder zadeldak.  Als bouwmateriaal werd rode baksteen met sober gebruik van natuursteen o.m. aan plint en afzaten, gebruikt.  De kerk heeft een versneden puntgevel met bekronend kruis; drie traveeën, gescheiden door steunberen welke doorlopen in aandaken, waaronder mijterbooggalerij. Het centraal portaal is in geriemde omlijsting onder tudorboog waarboven groot spitsboogvenster waarin maaswerk met o.m. vierpas, l.g. ook oculus aan zolder; linker- en rechtertravee met lancetvenster.
Het interieur is sober, gecementeerd en witbeschilderd, met spitsbogen op afzaten waartussen slanke halfzuiltjes; kruisribgewelf boven doksaal, l.g. op houten bundelpijlers en met opengewerkte balustrade met vierpassen. Koorsluiting met drie blinde spitsboognissen waarin beschildering o.m. met "alfa", "omega" en "IHS"-insignes. De kerk bevat diverse gedenkplaten en vaandels, en een aangepaste zoldering. Hert meubilair bestaat o.a. uit het orgel van ca. 1850 door Louis Hooghuys (meermaals verbouwd); met neobarokke orgelkast met driehoeksfronton en voluten.  Links en rechts van kerk vindt men de nrs. 101 en 99, de conciërgewoning en de vermoedelijk pastorie. Het zijn bakstenen breedhuizen in aansluitende bouwtrant bij kerk met o.m. trapgeveltje, getoogde vensters onder doorlopend waterlijstje, en deels behouden houtwerk met kleine roedeverdeling. (bronnen: VIOE 56370, FALISE J.-P., De Anglikaanse kerk te Oostende, in De Plate, 1992, pp. 214-222)

 

Architect Felix Laureys (1820-1897)

Architect Laureys werd na zijn elementair onderwijs, leerling-schrijnwerker in Brugge. Ondertussen wist hij zich door noeste zelfstudie op te werken. Later vinden we hem te Brussel als leerling van de toen zeer gekende architect en familielid Tilman Suys, ook al een Oostendenaar. Nadat hij zijn “Prix de Rome” in de wacht had gesleept vertrok hij naar Italië. Italië en de Italiaanse kunst zou hem blijven bloeien en elk jaar keerde Laureys er terug. Op 14 januari 1850 werd de veelbelovende Laureys op het Oostendse stadhuis gehuldigd. Vanwege de gemeenteraad kreeg hij een eremedaille. In 1863 werd Laureys professor aan de Brusselse Academie. Hij gaf er onderricht in de 5 bouworden. Laureys schreef trouwens een handboek over deze materie. Het werd lange tijd aan de Academies gebruikt. De naam : “Cours Classique d’Architecture comprenant l’Analyse des Cinq Ordres d’après le système décimal avec les exemples relatifs à leur emploi dans les édifices”. Het werk bevatte 70 platen plus tekst. In 1876 werd hij er leraar Monumentale Compositie. Zo was hij er in 1881 een tijdlang leermeester van de jugendstil-architect Victor Horta.
 

Plannen en realisaties (oeuvre) : Laureys ontwierp de ombouw van het Brusselse Noordstation (1885), de restauratie van het Kasteel Wynendaele (1870), de kerk der Eeuwige Aanbidding en het Ziekenhuis der Ongeneeslijken te Rotterdam, verder nog tal van privéhuizen, vooral in het Brusselse. In Oostende kennen we vier bouwwerken van Laureys:

de Smet de Naeyerlaan: neogotische Onze-Lieve-Vrouwkerk (Hazegraskerk) (gesloopt). De plannen werden goedgekeurd op 24 september 1862. De aanbesteding was op 3 juli 1862 (advertentie in “La Feuille d’Ostende”, juni 1862). Op Allerheiligen 1864 kon de kerk ingewijd worden. Het kerkje is steeds een zorgenkind geweest : de slechte funderingen waren er de schuld van dat de kerk langzaam in de bodem zakte (tot 60 cm!) terwijl de toren scheef trok. In 1879 werden herstellingswerken uitgevoerd. Toen men het straatniveau verhoogde om de helling naar de de Smet de Naeyerbruggen toe mogelijk te maken, kwamen daar nog eens 30cm bij, zodat de kerk op den duur een kleine meter onder het straatniveau lag en met een trap omlaag bereikt moest worden.

Langestraat: Anglicaanse kerk. Tot januari 1865 waren de Anglicanen aangewezen op de kapel van het voormalig klooster in de Witte Nonnenstraat. De kerk werd gebouwd in de jaren 1863-1864 en ingehuldigd in januari 1865. Ook voor deze kerk opteerde LAUREYS voor de neogotische stijl. De voorgevel, met een groot gotisch raam in de middentravee boven het portaal, heeft een duidelijke drieledige indeling. Deze indeling vindt men binnen echter niet terug : het is een eenbeukige ruimte die 6 traveeën telt. Architecturaal heeft het allemaal weinig te betekenen. In de jaren 1980 viel een deel van de zoldering omlaag. De herstelling gebeurde zonder respect voor de originele architectuur.

Spoorwegstation aan de Leopold II laan (gesloopt), in 1880-1882 in neogotische stijl opgetrokken. Op 1 maart 1880 werd aan de funderingen begonnen. Er werden niet minder dan 1500 palen in de grond geheid. De eigenlijke bouw was toevertrouwd aan de “Société des Charbonnages et Hauts Fourneaux de Clessin” en nam een aanvang in 1881. Er werd met man en macht gewerkt zodat het station in een jaar tijd klaar kwam en op 30 juli 1882 kon ingehuldigd worden. Het centrale gedeelte was de hoge spoorhall in ijzer en glas. Daar rond lagen de diverse diensten geschikt : ingangsvestibules, lokettenzaal, wachtzalen, bagagedepot, burelen, lamisterie, chauferetterie… Voor de bouw werd 1300 m² blauwsteen van Soignies, 200 m² Doornikse steen en 800.000 kg ijzer en gietijzer aangewend. De totale kosten beliepen 1.240.000 F. (125.000 voor de funderingen, 280.000 voor het ijzer- en timmerwerk, 530.000 voor het gebouw zelf, 225.000 voor de afwerking, 55.000 voor de bedaking, 15.000 voor de verf en 10.000 voor de installatie). De naoorlogse geschiedenis van het gesloopt stationsgebouw : 1955-1956. Een helihaven ging aangelegd worden. Het terrein bleef braak. Nu en dan kwam er een circus, zelfs een dolfinarium, er stond een barak van een jeugdclub toen werden torengebouwen (De Mast) en een grootwarenhuis Delhaize gebouwd.

tweede Kursaal (1877-78) (gesloopt), samen met Joseph Naert. In de gemeenteraad van 12.04.1875 werden laureys & Naert aangesteld als de architecten van het Kursaal, nadat eerder in 1873 een oproep voor plannen was gedaan

(bron: Archief Oostende)