Koninklijke Stallingen opnieuw op tafel - 18 februari 2008
Eén jaar geleden nam Dement Oostende deel aan het Canvas-programma Monumentenstrijd met één der mooiste complexen in Oostende : de Koninklijke Stallingen, gebouwd in opdracht van Koning Leopold II en heden eigendom van de stad Oostende. Dement Oostende diende het dossier in omdat de restauratie van het gebouw hoogdringend werd. De kostprijs voor restauratie stijgt immers exponentieel naarmate de jaren verstrijken. Uiteindelijk stemden 10.365 Oostendenaars voor de Koninklijke Stallingen dat hiermee één der populairste panden in de Monumentenstrijd was tijdens de voorronde. We hadden gehoopt dat de aandacht en het enthousiasme van de Oostendenaars ons stadbestuur zou aanzetten om nu spoedig werk te maken van de restauratie. Sinds juli 2005 heeft de stad een volledig uitgewerkt restauratiedossier in bezit. Eén jaar later merken we dat de renovatie van de stallingen op de lange baan wordt geschoven omwille van het ontbreken van subsidies bij de hogere overheden. Hopelijk houdt de belofte van het stadsbestuur dat het na de renovatie van het Postgebouw echt werk zal maken van de Stallingen deze keer wel stand….
Historie van de Stallingen
Oostende heeft onder koning Leopold II een enorm urbanische uitbreiding gekend. Samen met de koning kwam ook de Beau Monde richting Oostende, wat leidde tot een zeer mondiale badstad gekend tot in alle uithoeken van de wereld. Leopold II's architecturale visies leidden tot grootse bouwwerken in Oostende, waarvan er vandaag spijtig genoeg maar enkelen van zijn overgebleven. De Koninklijke Stallingen, volledig in hout, werden gebouwd naar het ontwerp van de Noorse architect Ivar Knudsen. Ze werden opgetrokken in de Koninginnelaan, een destijds prestigieuze laan tussen de zeedijk en het "Bois de Boulogne", het huidige Maria Hendrikapark.
Reeds in 1877 tekende de Engelse architect W.J. Green, tevens ontwerper van Leopold II's houten Koninklijke Chalet, plannen voor de nieuwe koninklijke stallen. Het project werd niet uitgevoerd, vermoedelijk tengevolge van de beslissing van Leopold II om het paviljoen van de koningin naast het zijne te laten oprichten door een andere architect. In 1902 waren er nieuwe ontwerpen van diverse Franse architecten, ditmaal in de Koninginnelaan, maar ook deze werden niet uitgevoerd. Het betrof enerzijds een ontwerp van de architecten Coulomb en Chauvet uit Parijs, en anderzijds een ontwerp van de architect Alexandre Marcel.
De uiteindelijke realisatie kwam er naar ontwerp van de Noor Ivar Knudsen. Deze architect was de ontwerper van het paviljoen van Noorwegen op de Wereldtentoonstelling van 1900 te Parijs en het gebouw maakte een sterke indruk op Leopold II. Op diezelfde wereldtentoonstelling maakte Leopold II ook kennis met de Oosterse architectuur, waaruit de opdracht volgde voor het heropbouwen van de Japanse Toren en de bouw van het Chinees Paviljoen in Laken. Dit project werd geleid door bovenvermelde architect Alexandre Marcel. Op oude foto's merkt men de diverse paviljoenen naast elkaar aan de boord van de Seine: het Belgisch paviljoen gebaseerd op het stadhuis van Oudenaarde, het Noors Paviljoen van Ivar Knudsen, het Duits Paviljoen, en het Spaans Paviljoen die model stond voor het Oostends postgebouw. Dit laatste gebouw werd gedynamiteerd gedurende de Tweede Wereldoorlog.
Het is ook mogelijk dat de jachtpartij in de Noorse bergen van 1901 van Leopold II met de architect/zakenman Christian Thams de doorslag gaf om te kiezen voor de Noorse architect. Christian Thams was de Belgische Consul (èn Consul van Kongo) in Noorwegen, en eveneens eigenaar van de Noorse firma 'Thams & Co' in Trondheim. Deze firma exporteerde reeds in 1890 houten prefab-gebouwen naar het Congo van Leopold II. In elk geval werd Ivar Knudsen uitgenodigd naar Oostende en werd in 1902 een eerste opdracht gegeven voor het bouwen van drie Noorse prefab-chalets in het Koninklijk Domein van Raversijde (afgebroken tijdens de Eerste Wereldoorlog). Reeds in datzelfde jaar werd het hout aangeleverd te Oostende.
De koning gaf uiteindelijk het jaar daarop ook de opdracht voor het bouwen van de Koninklijke Stallingen aan Christian Thams en Ivar Knudsen. Ondertussen werd al gestart met de fundatie- en metselwerken in Raversijde. In febuari 1904 kwam het Noors stoomschip toe te Oostende met het hout voor de Stallingen, de Noorse ingenieur en een twaalftal Noorse werklieden. En in april werd gestart met de houtbouw van zowel de Chalets te Raversijde als de stallingen te Oostende. Het volledig houten complex werd voltooid in 1904, maar evenwel nooit in gebruik genomen als koninklijke stalling. De stallingen waren ook veel groter dan vandaag, waarbij de eigenlijke paardenboxen en de manege zich achter het hoofdgebouw bevonden op de plaats waar zich vandaag de moderne sportzalen bevinden.
De Koninklijke Stallingen zijn een uniek monument op gebied van houtwerk en architectuur voor Oostende én voor België. Het is één der weinige houten complexen die de tand des tijds heeft doorstaan en het is gebouwd in een voor België unieke architecturale stijl, nl. de zogenaamde 'Dragenstil', een voor Scandinavië karakteristieke vermenging van Viking-stijl met art-nouveau-elementen. Let op de prachtig gesculpteerde houten zuilen, de opengewerkte dakspanten, de rijkelijk versierde vensters en deuren, de overstekende leien zadeldaken, de houten poorten onder puntgevel, de windveren met het logo van Leopold II erin verwerkt en de torens die verwijzen naar de eeuwenoude Noorse houten "stavkirken". De houtbewerking is zeer verzorgd, zowel binnen als buiten, met steeds terugkerende motieven van scandinavische slangen- en drakensymbolen. Het complex is zowel getuige van de Belle Epoque in Oostende als een testament van de architecturale visie van Leopold II.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt het complex nog gebruikt als opvangcentrum voor vluchtelingen, maar na de oorlog staat het leeg waarop verval snel volgt. In 1927 neemt de stad Oostende de Stallingen in huur van de Koninklijke Schenking en start ze met de veranderingswerken om er de technische school in onder te brengen. Bepaalde delen worden afgebroken, andere gerenoveerd. De grote manege wordt zelfs 32 meter naar voren versleept. In 1929 worden de lessen hervat in het gerenoveerd complex. Links bevinden zich de klaslokalen, rechts de technische lokalen. De eerste Vlaamse hotelschool start in 1938 in het gedeelte achter het hoofdgebouw. In 1959 verlaat de Vak- en Nijverheidschool de stallingen om hun nieuw schoolgebouw aan het station te betrekken.
Vanaf dan wordt het complex gebruikt door diverse verenigingen (zowel sport als andere) en de kunstacademie, om uiteindelijk in 1962 het Stedelijk Sportcentrum te worden. Na afbraak van het gedeelte van de stallingen achter het hoofdgebouw, en de bouw van de nieuwe sporthal op dezelfde plaats, wordt het complex plechtig ingehuldigd op 17 september 1964. Met het inrichten van een manege is het de eerste maal dat het gebouw effectief als stalling wordt gebruikt. Een tiental jaar later moet de ruitersclub al verhuizen vanwege reukhinder voor het nabijgelegen ziekenhuis.
Vandaag is de Stad Oostende eigenaar van het gebouw, en blijft het dienen als sportcomplex met faciliteiten voor boksen, turnen, judo, schaken, basket,... Het gebouw is redelijk onderhouden geweest gedurende de laatste honderd jaar, maar enkele jaren van verwaarlozing kan veel vernietigen in een korte periode. Vooral de laatste jaren merkt men de achteruitgang sterk. De dakleien schuiven naar beneden, het markant en uniek houtwerk verpulvert, de dakspitsen zakken door, er is schade door opstijgend vocht, …
Stad Oostende, die eigenaar is van het gebouw, heeft sinds juli 2005 een volledig uitgewerkt restauratiedossier in bezit. Het dossier omvat een volledige restauratie van het complex in samenwerking met de dienst Monumenten en Landschappen, met eveneens aandacht voor vernieuwde infrastructuur voor de sportverenigingen, brandveiligheid, thermische isolatie, … De stad is op zoek naar financiën om met het project te kunnen starten. (
VIOE 55606)