Natiënkaai

Station Oostende

De vervelende “muur” van de stationsreconversie – november 2009

Dement Oostende is voor een reconversie van het station. De invulling en de visualisaties langs de Brandariskaai en Slachthuiskaai lijken ons een grote verbetering op de huidige situatie. Het ontwerp van de laureaat van de ontwerpwedstrijd, het Frans-Oostenrijkse architectenbureau Feichtinger, zagen er veelbelovend uit. Echter wijkt het AGSO bij hun verdere uitwerking van dit ontwerp af van het oorspronkelijke plan. Zij maakt de luifel over de sporen veel groter en zij plant de afbraak van een deel van het beschermde station. Dit kan voor ons niet. Stadsreconversie is een evenwicht vinden tussen oud en nieuw, niet ten nadele van erfgoed, en niet steeds met de nadruk op nieuw.

Meerbepaald wil het AGSO in haar masterplan de rechtervoorgevel van het station afbreken. Dit beschermd deel van het station (zie foto) is de oorspronkelijke classicistische voorgevel van de smeedijzeren stationshal uit 1913. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd deze stationshal vernield. Na de oorlog werd de gevel gerestaureerd en werd de hal omgevormd tot de huidige lage ruimte. De rechtergevel is dus steeds een integraal onderdeel van de totale stationsgevel geweest. Deze gevel kan dus perfect geïntegreerd worden in het nieuwe concept van overkapping.

Het advies van het Agentschap Ruimtelijke Ordening, Onroerend Erfgoed West-Vlaanderen op de sloopaanvraag van de niet originele delen (met name de lage hal die achter de gevel tussen het station en de sporen ligt) is “gunstig mits het behoud van de beschermde westgevel kant zijhal met inbegrip van de beschermde retour in witsteen”. Als de sloopaanvraag door de Stad vergund is, betekent dit dus dat alle niet oorspronkelijke aanhorigheden die storend zijn nu kunnen gesloopt worden. Indien alles correct verlopen is, dan zou de vergunning het behoud van de gevel moeten vermelden, omdat niets van het beschermd gedeelte mag afgebroken worden. In geval van afbraak is er sprake van een ernstige bouwovertreding. Bij navraag vorige week bij Stad Oostende verklaarde deze “dat de sloop van de rechtermuur nog steeds in bespreking is met alle betrokken partners en met het Agentschap Onroerend Erfgoed te Brugge. De stad streeft ernaar om samen met het Agentschap Onroerend Erfgoed, de NMBS-groep tegen het voorjaar hierover een gemeenschappelijk standpunt naar buiten te brengen.”

De stad en de ontwerpers hebben klaarblijkelijk moeite om zich neer te leggen bij het beschermd statuut. Voor hen staat de ‘muur’ (zoals zij de gevel noemen) hun na de wedstrijd aangepaste project letterlijk in de weg. Het Agentschap Onroerend Erfgoed zal ongunstig blijven adviseren, Wettelijk kan dit beschermde monument dus niet afgebroken worden. Echter ving Dement Oostende recent uit een goede bron het ‘gerucht’ op dat er sprake is om het geveldeel hoe dan ook af te breken, en dit ondanks het uitdrukkelijk verbod en negatief advies. De ‘muur’ staat de plannen van het AGSO, de Stad en andere bouwpartners in de weg, en moet dus wijken.

Reconversie stationsbuurt, wat met het geklasseerd stationsgebouw? – januari 2009

Met het Station van Oostende heeft het Stadsbestuur grootse plannen, ze onderzoeken een totale reconversie van de stationsbuurt. Met interesse hebben we de plannen en de maquette van het stationsproject te Oostende bekeken. De invulling en de visualisaties langs de Brandariskaai en Slachthuiskaai lijken ons een grote verbetering op de huidige situatie, als men uiteraard het bestaande erfgoed langs de De Smet de Nayerlaan en in de wijk Hazegras respecteert.
































Echter was het voor ons onbegrijpelijk en ontoelaatbaar dat de reconversie eveneens een afbraak van een deel van het beschermde station bevatte. Schepen Bart Bronders bevestigde in januari dat het masterplan voorziet in de afbraak van de rechtervoorgevel. Op de projectplannen en maquettes merkten we inderdaad dat het rechterdeel van het station, met de waardevolle classicistische gevel uit 1913, plaats moet maken voor de immense luifel.

Historie

In 1910 werd gestart met de bouw van het nieuwe Zeestation. Op de foto’s merkt men rechts de smeedijzeren/glazen stationshal (overkoepeling), die tijdens de eerste wereldoorlog werd vernietigd.  Op de schets is eenvoudig te zien hoe het Zeestation oorspronkelijk was ontworpen. Het hoofdgebouw is geel ingekleurd. Van de grote blauwe stationshal bestaat vandaag nog enkel de bedreigde voorgevel. Achteraan hadden we de overkoepeling voor de ferry diensten. Langszij hadden we de perrons bestaande uit drie grote bogen (rood). Alles was uitgevoerd in smeedijzer en glas, wat een indrukwekkend open geheel moet geweest zijn.

Er zijn weinig foto’s bekend van de stationshallen binnenin voor de eerste wereldoorlog. Wel zijn er meer foto’s beschikbaar van na de oorlogsvernielingen, die toch een beeld van de grandeur van het geheel geven.

De rechtergevel is steeds een alleenstaande gevel geweest, waarboven de ronde stationshal en de aansluitende perrons werden aangebouwd, en dus perfect kan geïntegreerd worden in een nieuw concept van overkapping. Het huidig concept van de overkapping is trouwens dezelfde als die van 1910: één grote ruimtelijke overdekte zone met veel lichtinval en glas, en waar alle transportfaciliteiten samenkomen.  Na de eerste wereldoorlog heeft men bij de heropbouw ervoor gekozen de Belle Epoque glazen stationshallen en de perron overkoepelingen niet terug te plaatsen. Men opteerde toen voor een plat betonnen dak voor zowel de stationshal als het ferry gedeelte. De perrons werden meer bescheiden en open heropgebouwd, zonder aansluiting naar de stationshal, die nu langszij werd dichtgebouwd. Het oorspronkelijk idee van een grote luchtige en open stationshal verdween hiermee.

Vandaag komt deze voormalig stationshal met zijn mooie classicistische gevel, architecturaal niet tot zijn recht door dit plat dak.  Maar de gevel is niettemin te waardevol om afgebroken te worden. Het stationsproject werd ontworpen naar de plannen van de Oostenrijkse architect Dietmar Feichtlinger. Het oorspronkelijk ontwerp was initieel verfijnder, mooier en geslaagder. De rechtergevel was geïntegreerd en de luifel gaf een moderne toets aan het station. Deze was veel evenwichtiger en geproportioneerd, relatief diskreet, terecht een winnend ontwerp.

In het uiteindelijke masterplan die voorgesteld werd aan het publiek, merkt men grote verschillen.De proporties kloppen niet meer door de luifel die nu het stationsgebouw en de omgeving overheerst. Dit is allesbehalve het winnend ontwerp van voordien.

Wij vroegen schepen Bart Bronders of dat het geen uitdaging zou zijn om de gevel toch te integreren in het project? Volgens de schepen is het inderdaad een uitdaging om een nieuwe overkoepeling te bouwen, maar op basis van de eerste fase van het ontwerpend onderzoek is gebleken dat dit niet zo evident is.  Bart Bronders: “Dit houdt vooral verband met de vereisten van functionaliteit.  Hierbij is ook rekening gehouden dat in tegenstelling tot de oorspronkelijke situatie, bus- en tramhaltes alsook de fietsenstalling nu voor dit deel van het station komen te liggen, waardoor het functioneren volledig wijzigt.”

Wij vonden het in elk geval vreemd dat men zo drastisch wenst in te grijpen in een beschermd en beeldbepalend gebouw, zonder respect voor zijn historische en erfgoedkundige waarde.

Ongunstig advies van Ruimtelijke Ordening : De Beschermde gevel moet blijven staan

Wij stelden dezelfde vraag aan de dienst Ruimtelijk Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed, Agentschap R-O Vlaanderen. Zij bevestigden initieel dat het ontwerp nog in bespreking zit.

Deze week kregen we echter bericht dat het geveldeel van de voormalige voorhal beschermd is als monument, en niet zal afgebroken worden: “Het betreft hier geen storende, later aangebouwde gevel maar het restant van de oorspronkelijke voorgevel van de voorhal. De bescherming heeft juist de bedoeling deze te behouden.”

Hoewel de dienst het stationsproject genegen zijn, adviseren zij de afbraak van de gevel ongunstig. Zij hebben geadviseerd om het ontwerp aan te passen op die manier dat de volledige voorgeven terug tot zijn recht komt. “Het ‘overluifelen’ van de resterende voorgevel resulteert in het verzelfstandigen van een deel van het monument en het herleiden tot een anekdotisch relict.”

De dienst adviseert dat de vooruitspringende luifel best start naast het monument, m.a.w. op het einde van de voorgevel. Ze zijn er van overtuigd dat het behoud van de gevel verzoenbaar is met het ontwerp voor een nieuwe stationsbuurt.

Wat met de luifel ?

Dit was een andere belangrijke opmerking van ons. In het ontwerp zat de luifel veel te dicht en veel te hoog tegen het stationsgebouw.

De overdekking van het plein komt vele meters verder dan de gevellijn van het stationsgebouw. Hierdoor zal het beschermde stationsgebouw onvoldoende tot zijn recht komen. Niettemin wordt op de studie veel gesproken van open zichten en aansluitingen met de stad.  Echter verdwijnt door de oorspronkelijke plannen van overdekking het visueel aspect van het Stationsgebouw op de lijn “Stadhuis-Mercator-Kapellebrug” en vanaf het Vuurkruisenplein (toch de toegangspoort tot Oostende Centrum).  Wij vroegen ook of dat er geen mogelijkheid was tot een beperking van de overkapping met een meer naadloze overgang tussen oud en nieuw?