Dekenijstraat 4

Oudste bewoonde huis van Oostende bedreigd

Het oudste nog bewoonde huis van Oostende in de Dekenijstraat, een beschermd monument, dreigt door de sloop van een belendend pand en de nieuwe bouwplannen op dit perceel onherstelbare schade op te lopen. “Ik hoop dat de bevoegde overheid de ernst van de situatie inziet”, vertelt eigenaar Yves Deckers.
Het huis van Yves Deckers in de Dekenijstraat 4 stamt uit 1783 en is zo het oudste bewoonde pand in Oostende. Sinds 2005 is het pand beschermd. Tot de jaren zestig stond ernaast op huisnummer 2 ook een pand uit diezelfde periode. Er was een gemeenschappelijke muur en het dakgebinte liep gewoon door. Dat huis werd gesloopt toen en verbouwd tot het huidige appartementsblok van drie verdiepingen, dat door een bouwpromotor werd opgekocht om er een nieuwbouw van vier hoog te realiseren. Als die constructie er komt, dreigt de gemeenschappelijke muur die nu al 8 cm verzakt is in te storten. Een muur die daarbij nog drie verdiepingen boven het voormalige koetspoortgebouw schraagt.

De dienst Onroerend Erfgoed West-Vlaanderen heeft de adviesaanvraag voor het bouwen van een nieuwbouwappartementsgebouw opnieuw negatief geadviseerd. De aangevraagde werken hebben een negatieve impact op de erfgoedwaarden van het nabijgelegen monument omdat de bouwaanvraag op geen enkele manier aantoont dat de werken kunnen uitgevoerd worden zonder schade aan te brengen aan het monument waar het aan paalt. Tijdens de bouwaanvraagprocedure in 2005 werd zowel door de eigenaar van het monument als door de administratie Monumenten en Landschappen de aanvraag ongunstig geadviseerd omwille van twijfels over de haalbaarheid van het project zonder aanbrengen van schade aan het beschermd monument. Gelijkaardige bouwprojecten naast beschermde monumenten in Oostende hebben aangetoond dat de gemene muur diende gestabiliseerd en gestut te worden vooraleer er kon afgebroken worden, echter niet steeds met succes of het uitblijven van beschadigingen.
De historische opbouw van het 18de eeuws herenhuis toont aan dat de dakconstructie in oorsprong verder doorliep ter hoogte van Dekenijstraat 2. De gemene muur is in de loop der tijd reeds enkele cm verzakt wat zijn stabiliteit in een toekomstige losstaande toestand in twijfel trekt. Omdat bij beschermde monumenten voorkomen beter is dan genezen achtte de dienst Onroerend Erfgoed dat het onontbeerlijk is dat bij de bouwaanvraag de manier van afbraak als de beveiligheids- en stuttingswerkzaamheden aan het beschermd monument bij de aanvraag gevoegd worden zodat de impact kan worden geëvalueerd. Verder maakte zij het stadsbestuur attent op het reële gevaar tot beschadiging en vernieling van het beschermd monument bij het uitvoeren van deze werken zonder het doordacht en oordeelkundig stutten van de gemene muur van het monument.

Eigenaar Yves Deckers vindt dat het stadsbestuur als de eerste beschermer van het cultureel erfgoed dient beschouwd te worden. “Inzake erfgoedbescherming blijft eerst en vooral het fundamentele verwijt bestaan dat de nieuwbouw een werkelijk nefaste invloed zal hebben op mijn woning. Zelfs met een plan hoe de muur te stutten, kan niemand mij de garantie geven dat er geen beschadiging zal optreden. Integendeel, ik verwacht echt het ergste met dit 18e eeuwse beschermd pand. Verder is er volgens mij hier hoe dan ook geen sprake is van een zorgvuldige ruimtelijke ordening als op een dergelijke aanvraag zou worden ingegaan.” Dit uniek historisch pand mag dan ook geen enkel risico op beschadiging lopen, en Dement Oostende ijvert dan ook dat het stadsbestuur nooit een sloopvergunning mag afgeven om het naastliggend pand te slopen. Elke voorzorgsmaatregel of stuttingswerkzaamheid is geen garantie dat het beschermd pand niet beschadigd zal worden, in tegendeel, de kans op schade is zeer groot.

We verzoeken dat iedere sloopaanvraag dusdanig wordt beoordeeld dat het aanpalende beschermde monument geen schade kan oplopen bij een gebeurlijke sloop. De komende weken wordt een uitspraak verwacht.

Historie

Het pand in de Dekenijstraat nr. 4 is een 18de-eeuws laatclassicistisch herenhuis, behorend tot de oorspronkelijke bebouwing van de straat. Deze herenhuizen werden bij de aanleg van de straat in 1781-1782 opgericht. Samen met het rechts aansluitende pand op nr. 6 werd dit wellicht in één geheel opgetrokken, maar werd in het begin van de 19de eeuw opgesplitst in twee woonhuizen.

In 1781-1782 worden de zuidelijke stadswallen van Oostende gesloopt voor een uitbreiding van de stad en het graven van nieuwe dokken, het huidige Mercatordok. Bij die uitbreiding ontstaan enkele straten die de binnenstad met de dokken verbinden, o.m. de Sint-Jorisstraat, de huidige Dekenijstraat. De gronden die hierbij vrijkomen, worden in 1783 in drie openbare veilingen verkocht. Het perceel waarop dit pand te situeren is, wordt verkocht aan een aannemer uit Diksmuide en het magazijn voor scheepsmunitie dat zich op dit perceel bevindt, wordt afgebroken voor de bouw van een woonhuis.

Het huis heeft een tuin die uitgeeft op een stadsgracht, nu de Zuidstraat. Van deze situatie wordt gebruik gemaakt in het begin van de 19de eeuw, wanneer er een zeepfabriek in de achtergelegen gebouwen wordt gevestigd. Deze situatie is weergegeven op het primitieve kadasterplan van 1830, wat tevens toont dat de huizen met nr. 4 en nr. 6 reeds gesplitst zijn.
In 1850 wordt de zeepziederij afgebroken, maar blijven het hoofdgebouw en de annexen onaangeroerd. Elf jaar later worden de beide annexen langer uitgebouwd. In 1906 en 1928 worden opnieuw verbouwingen uitgevoerd aan de uitbouwen in de tuin. In 1956 vindt de laatste aanpassing plaats aan de achtergevel om tot de huidige situatie te komen.

Uit de gegevens van het kadasteronderzoek blijkt dat het hoofdgebouw sinds de 18de eeuw structureel niet werd aangepast. Dit blijkt ook uit het interieur, waar de indeling en de belangrijkste interieurelementen zijn bewaard. Een vierkant hoofdvolume met de indeling van een 18de-eeuws herenhuis, waaronder een statige inkomhall met trappenhuis bereikbaar vanuit de toegangspoort, een grote voorkamer aan de straatkant, en op het verdiep vier kamers met daarboven ruime zolderkamers. In het hoofdvolume is de interieurafwerking grotendeels bewaard: de houten en natuurstenen vloeren, de stucplafonds, de 18de-eeuwse paneeldeuren, de marmeren schouwen, de grijs/zwarte natuurstenen vloer, de statige 18de-eeuwse eiken trap, …