Jozef II straat 25

Huis van schrijfster Lia Timmermans

Afbraak neo-classisistisch herenhuis uit 1845 is een feit – november 2015

De ganse hoek van de Jozef II straat en de Christinastraat moet plaats maken voor een nieuw appartementencomplex. Een interessant historisch gebouw dat vandaag werd gesloopt was het neoclassicistisch herenhuis in de Jozef II-straat 25 uit 1845. Het pand heeft tijdens de inventarisatieronde de locuswaarde ‘hoog’ gekregen, wat betekent dat het gebouw moest behouden blijven. Elke stedenbouwkundige aanvraag voor het slopen, herbouwen en/of verbouwen van een gebouw in de lijst met een ‘hoge locuswaarde’ dient te worden voorgelegd aan de ‘Adviescommissie Actieplan Bouwkundig Erfgoed (A.be), die bij het formuleren van haar advies, rekening zal houden met de vastgestelde loucusindicatoren.

Dement Oostende heeft de afbraak al ettelijke malen kunnen tegenhouden, maar vandaag is de afbraak uiteindelijk toch kunnen uitgevoerd worden…

Het huis van schrijfster Lia Timmermans wordt gesloopt – 15 mei 2007

De ganse hoek van de Jozef II straat en de Christinastraat moet plaats maken voor een nieuw appartementencomplex. Een interessant historisch gebouw die hierbij gesloopt zal worden is het neoclassicistisch herenhuis in de Jozef II-straat 25.




Het pand werd vermoedelijk gebouwd in 1845 in opdracht van Désiré Landsweert, ter vervanging van een oud pakhuis uit ca. 1785. In de tijd van de Oostenrijkse Nederlanden kende Oostende een grote bloei. Na een bezoek van keizer Jozef II aan Oostende werd de stad vrijhaven verklaard, en was de uitbreiding van de stad noodzakelijk. Keizer Jozef II besloot in 1781 de zuidelijke vestingswallen te laten slopen om plaats te maken voor een nieuwe wijk. Op de plaats van deze vestingsmuur bevindt zich vandaag de zuidelijke kant van de Jozef II straat. In 1900 werd het herenhuis verworven door het Onze-Lieve-Vrouwecollege. Het is een nog één van de weinig overgebleven neoclassicistisch breedhuizen uit die periode in Oostende. Hoewel de gecementeerde gevelparement vervuild is, is het huis in zeer goede staat en werden de vensters vernieuwd. Binnenin bevat het huis nog alle prachtige details uit die periode: koetseningang met trappen naar de woonzone, grote klassieke ruimtes met uitgewerkte moulures en schouwen.

Met een gerenoveerde gevel zou het pand zeker een belangrijk erfgoedpand in Oostende worden. De laatste bewoonster van het huis was schrijfster Lia Timmermans, Felix Timmermans oudste dochter. Zij werd als “Cecilia Timmermans” geboren te Lier op 9 augustus 1920. Na de middelbare school studeerde zij te Leuven kunstgeschiedenis en oudheidkunde. Zij huwde met de Oostendse reder Lou Aspeslagh en volgde haar man in 1946 naar Oostende, waar zij enige jaren les gaf. Nadat reeds in 1949 het kinderboek “Vertelsekens van ons land” van haar hand was verschenen, maakte ze in 1951 haar echt debuut met “Mijn vader”, dat een uitstekend beeld van haar beroemde vader geeft. “De ridder en zijn gade” (1955) is een ironische – bijna satirische – uitbeelding van de kleinburgerlijkheid. De invloed van haar vader is dan ook onmiskenbaar. Haar later werk vertoont een meer persoonlijke stijl. Dit komt duidelijk naar voor in “Verloren zomerdag” (1959) en nog sterker in “Sabine Mardagas” (1963). In deze roman wordt in een sobere, eenvoudige en beeldende taal een schitterend intrigerend verhaal gecomponeerd dat zich afspeelt in het historische Brugge met zijn stijve tradities, maar waar de passies binnenskamers soms hoog kunnen oplaaien. Haar kinderboeken, o.a. de “Janneke en Mieke”-serie en de “Widdel en Waddel”-serie zijn een tijd heel populair geweest. Lia Timmermans overleed te Oostende op 14 juni 2002.

Waar de vorige bewoners van de Jozef II-straat 25 nog in prachtige neoclassicistische ruimtes woonden, zullen de volgende eigenaars in betonnen hokjes van drie op drie moeten wonen. Terug een “aanwinst” voor Oostende…

HET NIEUW ERFGOEDBELEID MAAKT EEN ZWALUW DE LENTE ? – februari 2010

Men kan er in de pers niet aan voorbij gaan, onze initiatieven houden onze Schepen Bart Bronders alert. Vorige week weigerde de schepen de sloopvergunning voor een pand in de Jozef II laan. Uiteraard moet hij zijn kersvers beleid volgen. Het zou onverantwoord zijn en weinig vertrouwen scheppen indien hij nu reeds uitzonderingen toestaat.

De ganse hoek van de Jozef II straat en de Christinastraat moest plaats maken voor een nieuw appartementencomplex. Een interessant historisch gebouw dat hierbij dreigde gesloopt te worden was het neoclassicistisch herenhuis in de Jozef II-straat 25 uit 1845 (zie kader). Het pand heeft evenwel tijdens de inventarisatieronde de locuswaarde ‘hoog’ gekregen, wat betekent dat het gebouw moet behouden blijven. Elke stedenbouwkundige aanvraag voor het slopen, herbouwen en/of verbouwen van een gebouw in de lijst met een ‘hoge locuswaarde’ dient te worden voorgelegd aan de ‘Adviescommissie Actieplan Bouwkundig Erfgoed (A.be), die bij het formuleren van haar advies, rekening zal houden met de vastgestelde loucusindicatoren.

Bij deze eerste testcase over hoe de stad Oostende nu om zal gaan met haar eigen beleid, is het zeer verwonderlijk dat deze adviescommissie haar eigen eerdere kwaliteitsbeoordeling nu plots tegen spreekt. De adviescommissie keurde de sloop goed!

Schepen Bart Bronders kan het zich niet veroorloven zich belachelijk te maken, twee maanden na de invoering van zijn nieuw erfgoedbeleid. Het Plan A.be steunt op een duidelijke erfgoedinventarisatie met het gebruik van locus waarden, en zou inderdaad op los zand komen te staan, als nu reeds een pand met hoge locus waarde gesloopt zou worden. Uiteraard weigerde schepen Bart Bronders de sloopaanvraag voor het pand in de Jozef 2-straat 25-27, niettegenstaande het positieve advies door de Commissie A.be. Voor Schepen Bronders alvast “een duidelijk signaal naar actiegroepen die de stad verwijten dat ze te laks omspringt met de sloop”.

Beschrijving

Jozef II-straat nr. 25. Neoclassicistisch herenhuis vermoedelijk gebouwd ca. 1845 in opdracht van Désiré Landsweert, ter vervanging van een oud pakhuis. Door Onze-Lieve-Vrouwecollege verworven in 1900. Breedhuis van vijf traveeën en drie bouwlagen onder pannen zadeldak. Arduinen plint waarboven gecementeerd gevelparement onder aflijnende kroonlijst op klossen waaronder tandlijst. Rechthoekige vensters in vlakke omlijsting; doorgetrokken onderdorpels; vernieuwd houtwerk met kleine roedeverdeling. Rondboogpoort rechts met vernieuwd houtwerk. (brons VIOE en VAN CRAEYNEST R.; DE GROEVE A., Onze-Lieve-Vrouwecollege Oostende 1842-1992, Oostende, s.d., p. 112-113). VIOE ID 55494

Lia Timmermans, Felix’ oudste dochter, werd als “Cecilia Timmermans” geboren te Lier op 9 agustus 1920. Na de middelbare school studeerde zij te Leuven kunstgeschiedenis en oudheidkunde. Zij huwde met de Oostendse reder Lou Apeslagh en volgde haar man in 1946 naar Oostende, waar zij enige jaren les gaf.  Nadat reeds in 1949 het kinderboek “Vertelsekens van ons land” van haar hand was verschenen, maakte ze in 1951 haar echt debuut met “Mijn vader”, dat een uitstekend beeld van haar beroemde vader geeft. “De ridder en zijn gade” (1955) is een ironische (1) – bijna satirische (2) – uitbeelding van de kleinburgerlijkheid. De invloed van haar vader is dan ook onmiskenbaar. Haar later werk vertoont een meer persoonlijke stijl. Dit komt duidelijk naar voor in “Verloren zomerdag” (1959) en nog sterker in “Sabine Mardagas” (1963). In deze roman wordt in een sobere, eenvoudige en beeldende taal een schitterend intrigerend verhaal gecomponeerd dat zich afspeelt in het historische Brugge met zijn stijve tradities, maar waar de passies binnenskamers soms hoog kunnen oplaaien. Haar kinderboeken, o.a. de “Janneke en Mieke”-serie en de “Widdel en Waddel”-serie zijn een tijd heel populair geweest. Lia Timmermans overleed te Oostende op 14 juni 2002. (bron : Louis Jacobs)