Migraties

Reginald van de Velde is een urban explorer en verkent leegstaande gebouwen:
verlaten fabrieken, ziekenhuizen, kazernes, scholen, kantoren, een kasteel of een doodgewoon huis.

Deze fotoreeks werd tentoongesteld op de Theater aan Zee edities van 2010 en 2011.

Locatie: leegstaand landhuis, België.
Verlaten na een gezinsdrama in de jaren ’80.

“Papa doet weer raar. Hij zegt dat hij niet boos is, maar toch kijkt hij kwaad. Piano spelen mag plots niet meer, terwijl hij me gisteren nog zijn kleine Chopin noemde. Ik begrijp het niet, en mama ook niet. Vorige week begon hij te wenen terwijl De Collega’s op tv waren. En dat is toch een programma om te lachen. De zwarte kringen rond zijn ogen lijken wel elke dag groter te worden. Misschien moet hij toch maar eens naar de dokter…”

Locatie: lege universiteitscampus in verval, België.

“De traditie wil dat aan het begin van het acadamiejaar de oudste student de bijnamen voor de professoren kiest. De oudste, dat ben ik dus, gezien al mijn gedubbelde jaren. Straks hebben we hier les van professor Lateur, en voor hem een bijnaam kiezen is wel heel gemakkelijk. Twee jaar geleden heette hij Tonton Morpheus. Vorig jaar Lateur Le Ronfleur. Ik denk dat ik dit jaar voor ZZZZZZ ga. Enfin, ik kan er nog een paar uur over slapen, op de achterste bank, verborgen achter de rug van een medestudent.”

Locatie: château X. Leegstaand kasteel, België.
Voormalig onderduikadres voor Joodse kinderen tijdens WO II.

“We mogen geen lawaai maken. Maar dat is niet gemakkelijk. Je moet eens proberen van die trapleuning te glijden zonder giechelen. Ik kan het niet, Sarah kan het niet, en Esther ook niet. Alleen Isaac, maar die lacht natuurlijk nooit. Altijd met zijn neus in de Thora. Zelfs nu papa en mama hier niet zijn, stopt hij niet met studeren. Hij wil ook rabbijn worden, maar om daar nu het lachen voor te laten? Isaac is een schléémiel, Isaac is een schléémiel! Oei,ssst, ik moet stil zijn…”

Locatie: gesloten zwembadcomplex, België.
De wandmozaiëk is nog intact.

“Op uw rug moet ge hier zwemmen, dan hebt ge het mooiste zicht. Dat heb ik als redder wel duizend keer gezegd. En dat ge moet proberen de steentjes van de mozaiëk te tellen. Voordat uw vel verrimpeld is door te lang in ‘t water te blijven! Maar ge moet niet denken dat er dat ooit iemand geprobeerd heeft. Dat jong volk dat hier komt, komt hier vooral om naar elkaar te kijken. Ik weet hoeveel steentjes het zijn, maar ik zie er dan ook elke dag op. Als ge wilt raden: gok eerder meer dan minder.”

Locatie: onafgewerkte catamaran in weide, België.

“Ik ben er vandaag nog eens voorbijgewandeld, en dienen boot is nu nog niet af. Uren heb ik aan die polyester zitten schuren, voordat de werfleider kwam vertellen dat mijn contract niet verlengd werd. Mijn vrouw verstaat niet dat ik mij dienen boot na al die jaren nog altijd aantrek. Maar nen boot die niet te water wordt gelaten, da’s , hoe moet ik het zeggen, da’s een huis zonder dak. Ik zie daar vanaf ja, want ik was ne stielman, en dan kunt ge zoiets niet zomaar laten passeren.”

Locatie: villa, België. Verlaten nadat laatste bewoonster veroordeeld werd wegens doodslag.

“Mijn bed is nat, en ‘t is niet van ‘t vrijen deze keer. Eerwaarde heeft zich niet meer laten zien sinds hij weet dat ik zwanger ben. Ik vrees dat mijn water gebroken is. Wat moet ik nu doen? Ik kan dat kind straks toch moeilijk naar de pastorie gaan brengen? Ik wil dat kind niet, het mocht niet gemaakt zijn, laat staan geboren. Eerwaarde kan bij zichzelf te biechte gaan, en dan is zijn zonde vergeven. Maar hoe moet het met mij? En zal mij vergeven worden wat ik van plan ben?”

Locatie: voormalige omkleedruimte voor mijnwerkers, Duitsland.

“Ge had dat hier gisteren moeten zien, de laatste dag dat de mijn open was. Al onze opbergkooitjes gingen op en neer. De propere kleren die erin zaten, zijn voortaan ons stempelkostuum. Günther had een cassetje opgezet met de vogelkesdans. Als er nu kanaries in onze kooitjes hadden gezeten, dan was het schouwspel helemaal af. Spijtig dat de mannen van de tv hier niet waren. Waar zijn ze als ge ze nodig hebt? Verdomme, ik ga dat hier missen…”

Locatie: verlaten filmstudio, Duitsland.

“Het lukt ons maar niet om de kreet van Tarzan te dubben. Die Weissmüller spreekt toch Duits, kan die dan niet eens tot hier komen? We proberen nu om het orgineel er in te laten, maar we krijgen het volume niet gelijk. In Hollywood hebben ze het geluid op één spoor gezet, hoe verrückt kan je zijn? We blijven proberen, misschien moeten we gorgelen met wat schnaps. Aaa-awieaaa-awieeaa! Zoiets is het toch ongeveer? Heinrich, wat denk jij?”

Locatie: leegstaande gouverneurswoning, België.

“Ik zal u de regels nog eens uitleggen Marieke. Mijnheer heeft graag zijn ontbijt aan bed. Vouw zijn krant zo dat hij onmiddellijk de voorpagina kan lezen. Zijn eitje altijd hardgekookt, nooit zacht. Vergeet zeker het zoutvat niet. Zorg dat er geen pitten in zijn vers geperst fruitsap zitten, dat haat hij. En als hij u vraagt om nog even bij hem te komen liggen, zeg dan dat ge nog veel werk hebt. Heel veel werk.”

Locatie: voormalig wintercircus, België.

“Ik heb de knoop van de leeuwentemmer, ik heb de knoop van de leeuwentemmer! Hij is van blinkend koper, en hij is van mij. Ik heb hem zien vallen nadat de temmer die leeuw door een brandende hoepel deed springen. Ik heb onthouden waar hij lag, er lag al wat zaagsel over, maar na de voorstelling mochten alle kindjes mee in de piste voor de afscheidsstoet, en toen heb ik ‘m opgeraapt. Een echte knoop van een leeuwentemmer, uit een circus van steen! Jeuh!”

Locatie: verlaten psychiatrisch hospitaal, België.

“Ze zeiden dat ik mijn valiezen in de gang mocht laten staan. Ik moest ze zelfs niet uitpakken. Maar al mijn kleren zitten daarin, zei ik. Maak u geen zorgen, zeiden ze, in dit hotel krijgt ge kleren van het huis. Een hemd met mouwen zo lang dat ze altijd passen. Maar in die valiezen zitten ook al mijn gedachten, zei ik. Voor die gedachten hebben we pilletjes en speciale thee, antwoordden ze. En als dat niet helpt, een spuitje. Ze lachten. Volgens mij zijn ze hier niet goed wijs…”

Locatie: autokerkhof, België. Wagens vermoedelijk achtergelaten door na WO II hier gestationeerde Amerikanen.

“Zie mij hier nu staan. Een volwassen vent die weent omdat hij zijn auto moet achterlaten. Tranen in mijn ogen om een blikken doos. Maar ik huil niet om het omhulsel. Wat er in die auto is gebeurd, op de achterbank, ‘t is dat wat zo moeilijk achter te laten is. Ik had haar beloofd dat ze met me mee mocht, naar Louisiana. Maar ik heb haar nooit verteld dat ik daar ook al een auto heb. Met iemand op de voorbank. Vaarwel mooie Elise uit Bastogne.”

Locatie: voormalig chemisch laboratorium uit het DDR-tijdperk.

“Ze hebben net gebeld. In Dresden hebben ze een fles laten vallen, met zwavelzuur nog wel. Er zijn er twee naar het hospitaal gemoeten. Dat wil zeggen dat onze fabriek nu op kop ligt. Al honderdvijftig dagen zonder arbeidsongevallen! Als we op ‘t einde van het jaar nog altijd eerst staan, krijgen we een premie. En als de bazen ons goed gezind zijn, mogen we met heel de ploeg misschien naar de Zwarte Zee. ‘t Is niet de Middelandse, maar ‘t is een Zee.”

Locatie: verlaten werkplaats voor plaasteren beelden, België.

“De zaken gaan minder goed dan vorig jaar. Ik heb nog maar één David verkocht, en drie keer een Venus van Milo. Ja, ik zou mee modern kunnen doen, en ook tuinkabouters beginnen maken. Maar dat is iets voor stielbedervers. De mensen moeten hun klassiekers toch leren kennen? Wat is er schoner dan een hellenistisch beeld in uw voorhof? Een tuinkabouter met een kruiwagentje, het idee alleen al. Nee, ik doe daar niet aan mee.”

Locatie: leegstaande villa, België. Laatste eigenaar gestorven zonder nakomelingen.

“Ik zit hier met de röngtenfoto van mijn hoofd in mijn handen. Die witte plek, dat is ‘m. Een tumor die niet meer te verwijderen valt, zegt de dokter. Het is gewoon brute pech, zegt hij ook. Ik denk dat het geen pech is. Ik heb teveel gepiekerd in mijn leven. Daar krijgt ge dat dan van. Peinskanker. Ik voel me stoffelijk, ik voel me overschot. Wat baat het nog dat ik me was of aankleed. Ik kan er morgen al niet meer zijn.”

Locatie: verlaten cinémazaal annex variététheater, België.

“We nemen altijd plaatsen achteraan, op het balkon. Niet omdat ge dan het beste zicht hebt. Neen, het is een van de weinige kansen dat wij eens aan elkaar kunnen voelen. Allebei onze ouders zijn zo streng dat ze ons verbieden om verder te gaan dan een kus op de kaak. Tot we getrouwd zijn, zeggen ze. Dat houden wij zolang niet uit. We gaan naar elke nieuwe film die ze spelen. Wat wij al ontdekt hebben wat ge dan met uw ogen dicht kunt beleven…”

Locatie: verlaten vakantiekolonie, België.

“Ik weet het nummer van mijn kamer niet meer. Was het 213? Of 231? Of 312? Ik weet zelfs niet meer welke gang het was. Alle kinderen die hier zijn hebben net als ik een papa die bij de RTT werkt. Het is mijn papa die mij hierheen heeft gestuurd. Ik was liever thuis gebleven, bij mama. Ik mis haar erg. Ik wou dat ze bij de RTT een telefoon uitvonden die in je broekzak past. En waarmee je altijd naar je mama kunt bellen.”

Locatie: verlaten kasteel, België. Voormalig hoofdkwartier van de Duitse bezetter tijdens WO II.

“Het is nog niet bevestigd, maar het gerucht doet de ronde dat hij komt. Ik hoop dat het waar is, het zou een voorrecht zijn voor ons hele garnizoen. We hebben allemaal het gevoel dat we hem kennen. Ieder van ons groet zijn foto bij het voorbijgaan. We kennen hele passages uit zijn speeches uit het hoofd. Hem in het echt te mogen ontmoeten, wat een eer. Napels hoeven we niet te zien om daarna te kunnen sterven. Maar de Führer daarentegen…”

Locatie: leegstaande cinéma, België.

“Gisteren is de filmstrook nog gebroken, daar kunnen ze in de zaal niet mee lachen. Behalve als het een komische film is, dan lijkt het een beetje of het erbij hoort. Het meeste wordt er gelachen bij een film van Den Dikke en Den Dunne. Bij Chaplin hoort ge ook genoeg geschater. Maar de Marx Brothers, dat moeten we niet meer programmeren. Dat is precies al veel te moeilijk voor de meeste mensen. Ik vind dienen doofstomme nochtans om te gieren.

Locatie: verlaten vakantiecomplex, België. Nog steeds zonder nieuwe bestemming.

” Dat is nu toch niet serieus. Dat ge moet opleggen voor een kamer omdat ge hier alleen komt slapen. Groeit het geld op uw rug omdat ge vrijgezel zijt misschien? Trouwens, wie zegt dat ik hier twee weken alleen op mijn kamer zal zijn? Dat meiske met die grote oorbellen die de receptie doet, die lacht altijd naar mij. Ik ga haar morgen vragen wanneer ze een vrije dag heeft, en dan nodig ik haar uit om mee te gaan petanquen. En zij mag van mij elke keer de cochonnet opgooien. Ik zie haar al een beetje graag.”

Locatie: bunker in de tuin van een verlaten kasteel, België.

“We hadden er niks over te zeggen. Ze klopten hier aan in het holst van de nacht, en we kregen precies één uur de tijd om wat spullen bij elkaar te zoeken en op te krassen. Ik heb hen mijn adelbrieven nog getoond, maar ze lachten me uit, en zwaaiden met hun marsorder. Dit kasteel wordt geconfisceerd, zeiden ze. Het is van ons, tot de oorlog gedaan is. Vuile moffen. Het is mijn kasteel. Wat gaat er nog van overblijven als ze hier eenmaal weer weg zijn?”

Locatie: achtergelaten helicopter.

“Wat we vandaag op onze tarmac hebben gekregen. Een echte MI-26. Gemaakt door de Russen, en de grootste helicopter van de wereld. Om de Amerikanen een loef af te steken natuurlijk. Volgens mij kunt ge daar zeker vijf grote jeeps in parkeren. Maar dan die piloten, ge had dat moeten zien als die uitstapten. Broekventjes, ik schat ze nog geen twintig jaar. En die vliegen dan met zo’n monster. Dat kan toch niet anders of daar komen accidenten van?”

Locatie: voormalig afluisterstation in wat vroeger West-Duitsland was.

“De prietpraat die ge hoort als ge hele dagen mensen zit af te luisteren, dat houdt ge niet voor mogelijk. De stroom onbenullige gesprekken die uit uw koptelefoon loopt. Het lijkt wel of ze daar aan de overkant van de muur met niets anders bezig zijn dan met de vraag wat ze vanavond gaan eten. En daar moet ik dan potentiële spionagegesprekken tussen vinden. Als schnitzel en bratwurst codewoorden zijn voor onverhoedse aanvallen op het Westen, wel, dan zijn we nog lang niet klaar…”

Locatie: verlaten teerwerf, België. Voornamelijk gebruikt voor het teren van houten dwarsliggers en telefoonpalen.

“Ik vind niet dat dat hier stinkt. Dat komt uit de mond van mensen die die geur niet gewoon zijn. Hoort ge ne vismarchant klagen dat zijn kraam naar vis stinkt? Hoort ge ne priester zagen dat hij de wierook niet uit zijn kleren krijgt? Awel, dat is juist hetzelfde. Ik werk hier. Ik vind niet dat dat hier stinkt. Voor mij riekt dienen teer evengoed als nen eau de cologne. Ge moogt er zelfs mijn kist mee insmeren als ik morgen doodval.”

Locatie: telefooncabines in een voormalig postgebouw, België.

“Dag jongen, ‘t is uw moeder hier. Hoe laat is het ginder nu? Oei, heb ik dat uurverschil niet goed begrepen dan? Wat zegt ge? Kunt gij mij verstaan? Wàt hebt ge nodig? Uw diploma van ‘t school? Waarom? Wat? Hoe ge gaat daar blijven? Hoe ge gaat daar werk zoeken? Maar jongen toch? Er is hier toch ook werk? Wat zegt ge? Verstaat gij eigenlijk nog Vlaams? Wat hebben ze dan in Canada dat ze hier niet hebben? Hoort ge mij nog? Hallo?”

Reginald van de Velde is een urban explorer en verkent leegstaande gebouwen: verlaten fabrieken, ziekenhuizen, kazernes, scholen, kantoren, een kasteel of een doodgewoon huis. Dichtbij of over de grens. Maar de panden vertellen ons ook verhalen: wie huisde hier voor de natuur het pand heroverde, een dakpan naar beneden tuimelde en de sleutel voor de laatste keer in het slot viel. Paul van Oevelen luistert naar de stilte van het lege gebouw en brengt de verhalen voor deze tentoonstelling terug tot leven. Misschien wel voor de laatste keer. Want sommigen noemen verlaten panden stadskankers, klaar voor de sloop. Dement Oostende vzw weet wel beter. Sinds 2005 ijvert dit groepje jonge Oostendenaars voor het behoud van panden met ziel en karakter, want: ‘Oostende vergeet zijn verleden’. Doorheen het verval zien zij de schoonheid en de cultuurhistorische waarde van ons onroerend erfgoed en sporen zij de beleidsmakers aan tot erfgoedzorg. Op een artistieke wijze brengt Reginald van de Velde de boodschap van Dement treffend in beeld. Meermaals bekroond in binnen-en buitenland, neemt hij ons mee naar mysterieuze plekken vol schoonheid. En dit steeds onder het motto: “Laat slechts voetsporen achter, neem slechts foto’s mee”.

Fotograaf Reginald Van de Velde

Reginald Van de Velde is grafisch ontwerper in een communicatiebureau en spendeert al zijn vrije tijd aan urban exploring. Het is een passie die voortvloeit uit zijn jeugd toen hij met vrienden speelde in verlaten kastelen en gebouwen in en rond Gent. Door de jaren heen is de passie steeds blijven groeien, en toen digitale reflexcamera’s hun intrede maakten begon Reginald foto’s te nemen van zijn tochten en avonturen.
Zijn werk en verhalen vind u op http://www.suspiciousminds.com.

Wat betekent Urban Exploring ?

Urban Exploration, (urbex) is het verkennen van panden, gebouwen en gebieden die verboden terrein zijn. Een urban explorer verschaft zich toegang tot locaties waar hij/zij geen toegang tot heeft en verkent daarbij alles wat hij tegenkomt. Fabriekspanden die staan te wachten op hun sloop, ziekenhuizen die hun dienst hebben bewezen, kloosters waar geen enkele gelovige nog komt,…
Urban explorers houden zich aan het motto: “Laat slechts voetsporen achter, neem slechts foto’s mee” (“Leave nothing but footprints, take nothing but pictures”). De meeste explorers zijn er slechts op uit om mooie foto’s te maken van mooie gebouwen, zowel van binnen als buiten, hoewel sommigen ook voor de kick gaan, zoals bij het beklimmen van hoge objecten als communicatiepalen. Het probleem is dan dat explorers op plekken komen waar mensen met andere bedoelingen zich ook vaak ophouden, zoals graffiti spuiters, krakers, vandalen of koperdieven, waardoor urban exploreres wel eens ‘verward’ worden met deze groepen.

Awards:

Een greep uit de reeds behaalde awards van Reginald Van de Velde:

  • Art & Photo 2008: eervolle vermelding van de jury
  • Canvascollectie 2008: eerste ronde selectie S.M.A.K.
  • Triënale Barbaixprijs voor Fotografie 2008: winnaar
  • FWA Photo of the Day: tweemaal foto van de dag
  • Canvas, De Film van mijn Leven, 2009: winnaar
  • Sony World Photography Awards 2009: amateur fotograaf van de maand

Publicaties:

  • Esquire Magazine (juni 2008)
  • IDN01: 25 photographers, 11 countries (2008)
  • AS Adventure Magazine (zomer 2009)
  • LLAMA Magazine (june 2009)
  • IDN02 (upcoming release)
 

Forum voor erfgoedverenigingen Vlaamse Overheid