Gemeentraadsverkiezingen 2012

Zal de “nieuwe” coalitie het einde van de vriendjespolitiek inluiden?

Als vereniging die tot doel heeft de beleidsmakers aan te sporen tot erfgoedzorg hebben wij de gemeenteraadsverkiezingen en daarop volgende coalitiebesprekingen op de voet gevolgd. In de open brief aan de heer Johan Vande Lanotte (De Alarmklok nr. 65) drongen wij er op aan dat er in de komende legislatuur een objectief, geloofwaardig en consequent erfgoedbeleid zou gevoerd worden. Wij vroegen resoluut komaf te maken met de innige banden die over de voorbije jaren gesmeed werden met architecten, bouwpromo toren en vastgoedmakelaars. Wij vroegen rekening te houden met de bezwaren van omwonenden tegen het zoveelste appartementsgebouw in onze stad. Het werd volgens ons tijd voor nieuwe, frisse ideeën rond stedenbouw en erfgoed.
Het oordeel van de kiezer over het stedenbouwkundig beleid van de voorbije legislatuur kon moeilijk duidelijker zijn: Bart Bronders (SP.a) behaalde amper 792 voorkeurstemmen, het slechtste resultaat van alle uittredende schepenen. Bart Bronders heeft de kiezer dus niet kunnen bekoren met het beleid dat hij de voorbije 12 jaar in Oostende gevoerd heeft, en viel bij de verdeling van de schepenmandaten begrijpelijkerwijze uit de boot. Dat er nauwe banden tussen voormalig Schepen Bronders en de immobiliënlobby bestonden (bestaan?) was een publiek geheim. In het boek ‘De keizer van Oostende’, hoofdstuk 6 “Stadsvernieuwing – Hoe Oostende een paradijs werd voor bouwpromotoren” kon men dit al lezen.
Voer de naam ‘Bronders’ in op de website van de Raad van State om de zaken te zien waarin Bart Bronders als advocaat voor bouwpromotoren weliswaar in een andere kustgemeente optrad, terwijl hij schepen van ruimtelijke ordening in Oostende was. Als schepen moest Bart Bronders onafhankelijk oordelen over bouwaanvragen van bouwpromotoren die eveneens cliënt waren (zijn?) bij zijn advocatenkantoor . Zo blijkt uit het arrest nr. 204.589 van 2 juni 2010 dat schepen Bronders als advocaat voor Sleuyter optrad in een zaak rond een bouwvergunningsdossier in Bredene. In de zaak rond de nog te bouwen appartementen op de Kop van ’t Sas aan de Spuikom, grondgebied Bredene, trad schepen Bronders in 2011 op als advocaat van de bouwpromotor Ostendia Groep. In deze vennootschap is Norbert Haeck, uitgever va n het reclameblad Tips, via zijn managementvennootschap Imboco bvba als bestuurder actief. Ostendia Groep is gevestigd op hetzelfde adres als zijn uitgeverij. In 2010 werd e en sloopvergunning aangevraagd voor het erfgoedpand op het Prinses Clementinaplein nr. 64 door Euro Belgium Agence Zoute bvba, één van de immobiliënvennootschappen van bouwpromotor Depoorter uit Middelkerke. Deze vennootschap was van 10 juni tot 1 oktober 2008 gevestigd te E. Beernaertstr. 106, hetzelfde adres als de vennootschappen Bronders and Partners – Advocatenkantoor BVBA en Bronders Bart BVBA. De sloopvergunning werd na Dement’s alert optreden, geweigerd.
Deze vriendjespolitiek zien we ook terug in de samenstelling van de erfgoedcommissie (ook commissie A.be genoemd) waar schepen Bronders zo graag mee uitpakte om de ernst en de onafhankelijkheid van zijn erfgoedbeleid te verdedigen. In vroegere mailings uitten we reeds ernstige twijfels omtrent de geloofwaardige samenstelling van deze commissie. Niemand wist wie er nu eigenlijk in deze commissie zetelde tot enkele maanden terug. Na herhaald aandringen van gemeenteraadslid Wouter De Vriendt heeft het stadsbestuur op 2 oktober jl. de samenstelling van deze commissie eindelijk onthuld (zie mailing Dement 66 van oktober 2012) . In deze commissie zetelt ondermeer het hoofd van de dienst Stedenbouw , die mede verantwoordelijk is voor de wildgroei aan appartementen in de voorbije 15 jaar (6.781 vergunde appartementen sinds 1996, hetzij gemiddeld 452 nieuwbouw appartementen per jaar!)
Verder zetelt ook een advocaat van het advocatenkantoor LDR in de commissie. Alweer levert enig zoekwerk op de site van de Raad van State interessante inform atie over de band van dit advocatenkantoor met de stad Oostende op. Dit kantoor blijkt de huisadvocaat van de stad Oostende voor stedenbouwzaken te zijn! Dit kantoor verdedigde bijvoorbeeld de stad Oostende in de ophefmakende zaak van het Hotel du Louvre voor de Raad van State. Meer nog , de betrokken advocaat is dus lid van de erfgoedcommissie, terwijl zijn advocatenkantoor LDR de belangen van de stad Oostende ook verdedigt in vergunningsdossiers die de erfgoedcommissie gepasseerd zijn of nog moeten passe ren. Recent stuurde het advocatenkantoor LDR dat nu ook de belangen van bouwpromotor Versluys blijkt te verdedigen, nog een dreigende mail naar de VZW Oostendse Oosteroever die opkomt voor het behoud van het karakter op deze unieke site (niet te verwarren met de bouwpromotor Versluys CFE die optreedt onder de naam nv Oosteroever). Hetzelfde advocatenkantoor LDR dat dus mee adviseert over de erfgoedwaarde van het gebouw van de Vlaamse Visserijco operatie op de Hendrik Baelskaai 12 en het dus al dan niet toe kennen van een sloopvergunning, stelt namens zijn cliënt Versluys CFE onomwonden de VZW Oostendse Oosteroever “aansprakelijk voor de schade geleden voor foutieve informatie en negatieve publiciteit over ons project en/of de nv Oosteroever.” Hoe kan de erfgoedcommissie met deze incestueuze samenstelling nu een geloofwaardig advies over stedenbouwkundige aanvragen voor ver bouwingen of slopen van erfgoedpanden uitbrengen?
Het is tenslotte opvallend dat er geen enkele buitenstaander, zoals bijv. een vertegenwoordiger van de Cultuurraad of iemand van het Agentschap Onroerend Erfgoed te Brugge, in de erfgoedcommissie mag zetelen. Allicht duldt men in dit select clubje van zogenaamde erfgoedminnende stedenbouwkundigen geen pottenkijkers met afwijkende meningen.
Het behoeft dan ook geen verder betoog dat Dement Oostende het vertrek van schepen Bronders, en de gevoerde politiek, niet betreurt. Dement Oostende hoopt dan ook vurig dat er in de nieuwe legislatuur wél een objectief, geloofwaardig en consequent erfgoedbeleid gevoerd zal worden.
In het bestuursakkoord lezen we rond erfgoed alvast het volgende: “De erfgoedlijst blijft voor de komende zes jaar stabiel. Over de inhoud en de draagwijdte van de erfgoedlijst zal extra informatie gegeven worden, zodat de transparantie verhoogt. Er moet een plan komen voor de aanpak van waardevolle panden zodat deze functioneel kunnen gerenoveerd worden.” De nieuwe schepen voor ruimtelijke ordening is Bart Tommelein (Open VLD) die duidelijk een aantal van onze ideeën die we hem tijdens onze presentatie van 4 september jl. hebben meegegeven, in het bestuursakkoord wist in te lassen. Dement werkte ondertussen een aantal ideeën uit voor een krachtdadig erfgoedbeleid :

  • Het erfgoedbeleid in een RUP op nemen
  • Het stimuleren van renovatie en/of herbestemming door een aangepast stadsbeleid
  • Het aanpakken van de verkrotting
  • Een geloofwaardige samenstelling van de erfgoedcommissie
  • Het systeem van locus waarden in een breder kader bekijken (wijken, straat en stadsgezichten)
  • Het inzage en bezwaarrecht van de burgers ernstig nemen, o.a. door de nodige faciliteiten te voorzien zodat de burger zittend aan een tafel (en niet recht staand aan een balie in het gezichtsveld van de ganse dienst Stedenbouw) rustig het dossier kan doornemen en met moderne communicatiemiddelen er kopie van kan nemen

Stadsvernieuwing tijdens de laatste legislatuur.

In Oostende werden het laatste decennium honderden nieuwe appartementen gebouwd. De promotoren en immobiliënkantoren doen gouden zaken, maar de stad, in de hoedanigheid van Autonoom Gemeentebedrijf Stadsvernieuwing Oostende, heeft na negen jaar een gecumuleerd verlies van 5 miljoen euro opgebouwd en torst een schuld van 70 miljoen euro.
VRT Journalist Wim Van den Eynde: “Het gemeentebedrijf agso startte in 2001 met steile ambities. PPS – publiek private samenwerking – zo luidde het nieuwe adagium, en dat stond voor efficiëntie en daadkracht: niet te veel gepalaver, maar actie. Het Kursaal zou als een feniks herrijzen, de stadskanker in het centrum zou verdwijnen, het Feest en Cultuurpaleis en het oude Postgebouw zouden worden gerenoveerd, er zou een residentiële bewoning aan het water komen, net als in Londen en Barcelona. Bart Bronders, ex stadsadvocaat, was de voluntaristische motor van de stadsvernieuwing. De opbrengst van het eerste gerealiseerd project zullen we kunnen investeren in een volgend, en zo blijven we aan de gang, voorspelde hij. Nog geen tien jaar later, in oktober 2010, blokkeerde huisbankier Dexia de rekening van agso.”
De realisaties zijn er, zoals het triptiek project Helmond/Feestpaleis/Post gebouw. De stadskanker aan de Van Iseghemlaan, mede veroorzaakt door het stadsbestuur daar ze zelf alle panden opkochten en lieten verkrotten, werd vervangen door een gloednieuw complex met winkels, horecazaken en appartementen. Het Helmond gebouw oogt bijzonder lelijk en werd enkele jaren terug bij een internetenquête verkozen tot achtste lelijkste gebouw van België. Maar de opbrengsten zouden dienen als hefboom voor de volgende projecten: het openbaar Feest en Cultuurpaleis ombouwen tot een commercieel winkelcentrum, en het Postgebouw tot een cultureel centrum. Maar het Helmond project was een serieuze financiële tegenvaller.
Een andere realisatie is de renovatie van het Kursaal. Het nieuwe bestuur dat in 1994 aantrad, had vergaande (en verborgen) plannen met het verwaarloosde Kursaal.
Wim Van den Eynde: “Voor Johan Vande Lanotte mocht ‘de veredelde parochiezaal’, zoals hij het gebouw van Stijnen eens betitelde, tegen de vlakte. In het nieuwe ontwerp zou rond het Kursaal een gordel van appartementen worden gebouwd, waarvan de opbrengst de harde renovatie zou financieren. Het Kursaal zelf zou een extreme make over krijgen, waarbij van het oorspronk elijke ontwerp zogoed als niets zou overblijven. Die plannen waren opnieuw bijna rond toen na lobbywerk van een aantal actiecomités het bestaande gebouw in 1998 op de valreep door toenmalig cultuurminister Luc Martens werd beschermd.” De taak van toenmalig stadsadvocaat Bart Bronders was om de bescherming zo snel mogelijk ongedaan te maken. Uiteindelijk is het hem niet gelukt, en als kersvers schepen en voorzitter van het agso mocht hij zelfs de (niettemin schitterende) restauratie tot een goed einde brengen. Spijtig genoeg via verkeerde financiële structuren zodat de renovatie een groot financieel debacle werd voor de stad Oostende.
Andere projecten zijn de Sleuyter Arena, waar een multifunctioneel complex voor winkelen (met vooral leegstaande winkels) en wonen werd gebouwd rond de nieuwe keizerlijke basketbaltempel, het Icon Project aan het station, waar een ganse huizenblok werd ont eigend door de stad (onder het mom van sociale woningen), en het vernieuwde Militaire Hospitaal.
Hoe zit het dan met die voorspelde opbrengsten? Hoe komt het dat het agso miljoenen verlies maakt? ‘Er zijn twee oorzaken waarom het agso in de problemen is gekomen’, lezen we in het boek ‘Keizer van Oostende’. ‘Het Kursaal, daar zijn echt fouten gemaakt, bij de exploitaties zijn verkeerde beslissingen genomen, verkeerde partners aangetrokken, verkeerde keuzes gemaakt. Het is een miljoenenput geworden. En agso, als moederbedrijf, heeft veel van zijn potentiële opbrengsten in die put moeten steken. En de tweede oorzaak is dat andere politici op het terrein van agso kwamen. Stadsvernieuwing was voor agso, maar dan zie je dat het Sociaal Huis een groots nieuwbouwproject met honderden appartementen opstart, dat de renovatie van het Postgebouw, oorspronkelijk een opdracht van het agso, wordt overgenomen door de stad zelf, dat de renovatie van de kazerne Bootsman Jonson wordt gedaan door een sociale huisvestings maatschappij. Het grootschalige woonproject op het Media Center zal nu via Deximmo gebeuren. agso wordt op die manier buitenspel gezet. Daarbovenop zie je nog allerlei vreemde manoeuvres in het dossier rond de Oosteroever.”

VRT journalist Wim Van den Eynde

“Om de miljoenenputten te vullen lijkt de stad maar één oplossing voorhanden te hebben: het verkopen van stadspatrimonium. Toen agso zwaar in financiële problemen raakte, was er sprake van de verkoop van de Hotelschool, een gebouw van de stad dat op e en locatie staat die promotoren doet likkebaarden: vlak naast het station, met zicht op de plezierjachten in het Mercatordok. Een alternatieve piste om verliezen te compenseren was de verkoop van de parking onder het Kursaal. In februari 2010 werd voor deze laatste optie gekozen, maar enkele maanden later, in oktober 2010, blokkeerde Dexia alsnog de rekeningen van agso. De verkoop van de parking en de Hotelschool waren nog niet voldoende om bankier Dexia te sussen. Ook de stad zelf zat met een te zware schuldenlast, en Johan Vande Lanotte, hoogleraar jurist, toverde om snel aan geld te raken in 2010 de “Datio in Solutum” tevoorschijn, een oude rechtsfiguur. Het komt erop neer dat een gemeente aan een schuldeiser een stuk patrimonium schenkt in plaats van geld, om schulden af te lossen. In Oostende ging het om het terrein waar decennialang het Media Center had gestaan, vlak voor de nieuwe basketbaltempel. De stad gaf dat terrein in 2010 cadeau aan Dexia, in ruil voor het schrappen van 23 miljoen euro aan schulden. Dexia heeft het terrein voor 40 miljoen euro doorverkocht aan bouwgroep Sleuyter, die er dus 650 appartementen op zal zetten. Ook het gebouw van de hogeschool khbo, wat verderop aan de Troonstraat, zal in de nabije toekomst verdwijnen en plaats ruimen voor honderden appartementen. Aan de Spuikom, op de grens met Bredene, komen woontorens met 600 appartementen. De Hotelschool staat in de etalage, opnieuw goed voor honderden nieuwe appartementen.” Bovendien zijn er grootste plannen om Oosteroever “nieuw” leven in te blazen. Men wil de bestaande cluster van maritieme nijverheid en bewoning, met zijn typische architectuur, vervangen door nieuwbouw. 1800 nieuwe appartementen zullen vlak bij zee komen. Het is het grootste immobiliënproject aan de Belgische kust, waar nieuwbouw zo dicht bij de zee hoe langer hoe zeldzamer wordt, en waar de politiek zeker zijn zegje wil doen. De vette jaren lijken voor de bouwpromotoren in Oostende nog niet voorbij.

Bronders in De Zeewacht

Uit een artikel van De Zeewacht, naar aanleiding van het vertrek van Bart Bronders (SP.a) na twaalf jaar schepen : “Mijn beleid faalde niet. Je beloning in de politiek is niet je stemmenaantal, wel wat je hebt kunnen doen. En dat is heel veel, zeker de eerste zes jaar. Essentiële zaken voor de toekomst van de Stad. De Kursaal, het Militair Hospitaal, het triptiekproject met Nieuw Helmond, Feest en Kultuurpaleis en De Grote Post. Daardoor kunnen we nu het cultuurcentrum realiseren. Ik ben absoluut niet akkoord met de stelling dat ik te veel toegaf aan bouwpromotoren. Twaalf jaar terug was alles goed als het volgens het bpa was, nu vragen we echte architectuur. Ik gaf mijn diensten ook veel vrijheid. Ons stedenbouwkundig beleid was fantastisch en ik hoop dat het verder gezet wordt. Van Dement kreeg ik het hard te verduren. Maar niemand bekijkt kritisch Dement. Wij pakten het erfgoed aan zoals geen stad het ons nadeed.”
Ons antwoord hierop is simpel. Als er echt een goed, tran sparant en geloofwaardig stedenbouwkundig beleid met respect voor erfgoed bestond, dan had een actiegroep zoals Dement Oostende nooit het daglicht gezien. Dement is een verzameling van bezorgde en kritische Oostendenaars die hun stad niet meer herkenden n a enkel jaren “fantastisch” stedenbouwkundig beleid van de vorige coalities. De volledige desinteresse in ons patrimonium van het Stadsbestuur werd ons zeer duidelijk door de politieke soap rond Hotel du Louvre. We kunnen maar herhalen dat we volledig politiek neutraal zijn. Meer zelfs, bestuursleden van Dement die een politiek mandaat opnemen, mogen niet meer zetelen in ons bestuur, zoals we ook n.a.v. de laatste verkiezingen hebben moeten doen. We nodigen dan ook iedereen uit om ons kritisch te bekijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *