Het Oostends stadsbestuur, zijn beleid en zijn schepen Bart Bronders

Vergadering met schepen Bart Bronders – 9 februari 2006

Het was een goed en constructief geprek. Na afgifte van de petitie met 3000 handtekeningen werden we ontvangen door Schepen Bronders, bijgestaan door Kristof Billiet, hoofd dienst Grond- en Bouwbeleid, en Yves Verhoest, sectorcoördinator Grond- en Bouwbeleid. Wijzelf gingen met een viertal personen binnen, terwijl de rest van onze sympathisanten beneden wachtten. Wij hadden ons zelf voorgenomen een rustig en respectvol gesprek aan te gaan, en ons zeker niet te laten verleiden tot discussies en welles-nietes spelletjes. We beleven minzaam, want wij zijn geen oppositie, en we zijn zeker niet anti-stadsbestuur of -beleid. We zijn er enkel van overtuigd dat dit aspect van het beleid duidelijk beter kan en moet. En we kunnen dit beter bereiken door constructief in dialoog te treden, i.p.v. negatief alles te bekritiseren. Maar we hebben vooral geluisterd.

De schepen nam het gesprek onmiddellijk zelf in handen met een ‘politieke’ monoloog van een half uur, een discours die hij waarschijnlijk al honderden keer heeft verteld. Maar hoe verder we in het gesprek kwamen, hoe rustiger en communicatiever de schepen werd. Schepen Bronders was in eerste intantie verontwaardigd over onze actie. Hij heeft inderdaad gelijk als hij beweert dat hij de eerste schepen is in de geschiedenis van Oostende die effectief iets doet op gebied van erfgoedbeleid. In het land der blinden is éénoog inderdaad koning. Maar beweren dat er minder afgebroken wordt in Oostende is niet correct. Kijk rond in Oostende, en je merkt dat het ene gebouw na het andere wordt afgebroken op plaats te maken voor banale hoogbouw. Toch blijft de schepen ook beweren dat de sociale context bij stadskankers een sleutelrol spelen. Na het gesprek waren we zinnens eens te tellen hoeveel gebouwen er de laatste 3 tot 5 jaar afgebroken werden. We zijn beginnen tellen aan het begin van de Torhoutsesteenweg (en ook hier en daar afbraken in de zijstraten meegeteld waar we ze zagen), maar we zijn gestopt na 1500 m aan het einde van de Van Iseghemlaan. We werden er depressief van. Zonder het Helmond project (2 volledige woonwijken) mee te rekenen, kwamen we al aan 74 gebouwen. We zullen ook niet beweren dat alles moet blijven staan, niet alles is waardevol. Maar er is terug een inhaalbeweging van de bouwpromotoren, na de eerste desastreuze afbraakgolf in jaren 50 en 60.

Er is inderdaad het Villaplan, die blijkbaar vandaag het enige wettelijk verweer is die de schepen jurisdisch kan bedenken, en die we zeker niet volledig zullen bekritiseren. Hij beweert dat het Villaplan werkt, en dat is ook zo, maar niet voor honderd percent (er is al één gebouw afgebroken). Maar het ‘beschermde’ deel is vooral te klein en te onvoldoende (Hospitaalwijk, Hippodroomwijk, en hier en daar enkele gebouwen). Voor alle andere gebouwen buiten het Villaplan is er geen verweer, en wil het stadsbestuur ook geen sloopvergunningen weigeren. De vrees voor processen en procedures zit diep ingebakken bij het stadsbestuur. Ze wensen totaal geen risico’s te nemen om erfgoed te beschermen. Omdat er hiervoor geen budget is, blijven ze dan ook de bouwpromotoren te vriend. De schepen benadrukt wel dat nieuwbouw nu aan strengere criteria moet voldoen in vergelijking met vroeger.

De door hen steeds aangehaalde inhaalbeweging van beschermde gebouwen door de Dienst Monumentenzorg (“reeds 240 panden, joepie”) is vooral een gewestelijk gebeuren, en wordt in de eerste plaats geïnitieerd door de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening. Het stadsbestuur is geen grote voorstander van beschermingen, maar loopt wel graag met de pluimen. Dement Oostende opteert er niet voor om alles te beschermen, maar om duidelijke regels vast te leggen van wat kan en niet kan.

Onze voorstellen waren de volgende (verkorte versie) :

1. Erfgoed op lokaal niveau. Het Schepencollege heeft de macht om aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning te weigeren, indien deze het erfgoed van Oostende schaden. In Brugge wordt een dergelijk streng beleid toegepast. Brugge kadert in een traditie van zorg voor het erfgoed; het is een grote prioriteit die zich vertaalt in politieke wil.

2. Bescherming op lokaal niveau. Door middel van een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening kan aan sommige panden een sterkere beschermde status gegeven worden en kan eveneens een sloopverbod opgelegd worden. Hieruit volgend zijn deze panden wettelijk tegen afbraak beschermd. Dit wordt o.a. toegepast in Ieper.

3. Uitbreiding van de B.P.A.  In B.P.A.’s kan een lijst worden opgenomen van panden die als waardevol worden erkend. De in deze lijst opgenomen gebouwen kunnen tegen sloop worden beschermd. Dit wordt bv. toegepast voor de deelgemeenten rond Brugge.

4. Sloopverbod opnemen in GeRUP B.P.A.’s dienen in de toekomst vervangen te worden door Gemeentelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (GeRUP). In Oostende wordt hier binnenkort mee gestart. Bij de opmaak van zulke GeRUP’s kan de sloop van sommige panden verboden worden. Dit wordt vandaag al toegepast in Koksijde.

5. Invoering signaalkaart Erfgoed We pleiten voor de invoering van een “signaalkaart erfgoed” (naast de reeds bestaande signaalkaarten). Hiermee kunnen Oostendenaars zelf mogelijke waardevolle panden of sites signaleren aan het stadsbestuur.

Bronders heeft geluisterd naar onze voorstellen naar analogie van Brugge en Ieper. Hij argumenteerde wel dat Oostende absoluut niet te vergelijken is met Brugge. Er is inderdaad de mogelijkheid om gebouwen in te schrijven in de GeRUP’s. Maar opnieuw haalt hij aan dat Oostende geen geld heeft bij eventuele procedures. Als eerste stap denkt de schepen vandaag eerder in de richting van een inventarisatie van waardevolle gebouwen, en een latere bescherming via de nieuwe Gemeentelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannen. Wij hopen dat dit snel zal gebeuren, want de schepen vertelde erbij dat in tussentijd nog de nodige ‘slachtoffers’ zullen vallen. Dement Oostende zal in elk geval de druk op de ketel blijven houden, want de afbraak gaat verder. Alle gebouwen op de invalswegen en in het oud centrum van Oostende zijn zeker geen prioriteit voor het stadsbestuur.

Volgende puntjes kwamen nog kort aan bod tijdens het gesprek :

Verkrotting: Stadskankers moeten weggewerkt worden, en verkrotting kan volgens de schepen enkel door sloop verwijderd worden. Privé-initiatieven en families die wensen te renoveren zijn niet van belang.

Eigendommen van Huisvestingsmaatschappijen die verkrotten: De huisvestingsmaatschappij, eigenaar van enkele gebouwen in de hospitaalwijk (Antwerpenstraat) en aangekocht via voorkooprecht, wil opnieuw van de woningen af geraken, daar ze de renovatie niet kunnen betalen. Er wordt gekeken naar mogelijke privé-initiatieven die de gebouwen moeten renoveren.

Voordragen van gebouwen monumenten en landschappen via de Cultuurraad: Bronders zal de zaken die de cultuurraad aanbrengen niet meenemen. Er is geen communicatie meer met de cultuurraad.

Invalswegen: Gebouwen op de invalswegen (Torhoutsesteenweg, A. Pieterslaan, Graaf de Smet de Naeyerlaan, Nieuwpoortsesteenweg, …) zijn van geen belang, omdat niemand daar toch wil wonen. Voorkeur van de schepen gaat hier naar banale appartementen.

Hotel du Louvre: Zal normaliter worden afgebroken. Stad Oostende heeft geen poot meer om op te staan. Daarvoor is het te laat. Wij brachten aan dat er andere privé geïnteresseerden zijn en we vroegen ofdat de mogelijkheid nog bestaat het gebouw opnieuw te verkopen. Dit ging hij overmaken aan de bouwpromoter.

Hotel La Paloma: Een moeilijk dossier, waarbij de schepen de oorspronkelijke bouwpromotor terug naar af heeft gestuurd. Hij verwijst eveneens naar de dubieuze houding van de huidige eigenaar, en de weinig waardevolle zaken in het het hotel zelf, enkel de gevel is nog waardevol.

Na het gesprek van anderhalf uur hebben we een lijst met vijftig vragen overhandigd en schepen Bronders beloofde om dit te beantwoorden vanuit eigen persoon. De persreacties over het gesprek waren positief. In de meeste kranten kwamen we uitgebreid aan bod, en werd onze actie neutraal beoordeeld. Spijtig genoeg insinueerde enkel Tips dat we een politieke actiegroep zouden zijn, door te verwijzen naar de politieke kleur van één van onze medewerkers. Het artikel van Tips was eerder een ‘recht op antwoord’ van de schepen i.p.v. een journalistieke weergave van de actie.

 

Vragenreeks aan de politiekers – juni 2006

Vraag 1: Wij willen weten hoe U staat tegenover de huidige sloop- en bouwwoede ten koste van historisch Oostende?

Vraag 2: Wat is de te spelen rol van uw politieke partij na de verkiezingen ifv een gezond erfgoedbeleid?

Bart Bronders: “Gedurende de laatste zes jaar werden zeer veel gebouwen beschermd in Oostende, in tegenstelling tot de voorgaande periode, zoals blijkt uit de hiernavolgende cijfers: aantal beschermingen voor 2000: 22 eigenlijke monumenten en 26 panden waarvan 10 in privaat bezit; toename bescherminqen periode 2001-2006: 11 monumenten en 217 panden waarvan 199 in privaat bezit. Het is dus meer dan duidelijk dat het aantal beschermingen de jongste jaren fel is toegenomen. Vele panden die in vorige jaren beschermd werden als monument, werden voordien aangewezen krachtens het villaplan, waardoor deze panden van sloop zijn gered voor dat tot bescherming kon worden overgegaan.

Ik ben het met U eens dat naast het eigenlijke klasseringbeleid (monumentenbeleid) van de Vlaamse overheid, er een lokaal bouwkundig erfgoedbeleid nodig is. Ik treed U evenwel niet bij dat dit zou kunnen middels een lokaal klasseringbeleid. Het monumentenbeleid is exclusief een Vlaamse bevoegdheid en laat geen lokaal stedelijk initiatief tot opname op de lijst toe. Elk lokaal erfgoedbeleid moet dus kaderen in het stedenbouwkundig beleid, waarin de lokale overheid wel een grote beleidsruimte beschikt. Tot op heden waren de decretale mogelijkheden eerder beperkt. Men moest er als stedelijke overheid immers over waken om niet middels lokale stedenbouwkundige voorschriften, het regionaal monumentenbeleid uit te hollen.

In Oostende hebben wij met de aanwijzing van waardevolle panden en de hieraan gekoppelde stedenbouwkundige voorschriften in bijzondere plannen van aanleg hierin zeer ver gegaan en de grens van het juridische toelaatbare bereikt. Zodra het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan door de provinciale overheid zal zijn goedgekeurd (en dit zal naar ik hoop, zeer binnenkort het geval zijn), kan de stad geen bijzondere plannen van aanleg meer maken, maar alleen nog gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen. Deze ruimtelijke uitvoeringsplannen laten een thematisch aanpak van stedenbouwkundige aangelegenheden toe. Het is mijn vast voornemen om via een dergelijk thematisch ruimtelijk uitvoeringsplan, in het kader van een lokaal stedenbouwkundig erfgoedbeleid, alle panden aan te wijzen die om reden van hun erfgoedwaarde dienen behouden te worden of waarvan de sloop alleen maar onder bijzondere voorwaarden kan worden toegestaan.

De vermelding op de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgesteld door het Vlaams Instituut voor het onroerend goed, kan hierbij niet het enige criterium zijn om tot aanwijzing als waardevol pand over te gaan. Andere stedenbouwkundige overwegingen zullen hierbij in rekening dienen te worden gebracht, waarbij deze van de stedenbouwkundige strategische visie evenzeer zullen wegen. Aan de ontwikkeling van deze visie en de uitwerking ervan gingen vele jaren van onderzoek, overleg en inspraak vooraf. Deze strategische planning en strategische projecten werd overigens bekroond met de prestigieuze ‘Vlaamse Ruimtelijke Planningsprijs 2004’, die op de werelddag van de stedenbouw, georganiseerd door de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning werd georganiseerd. Een stedenbouwkundig beleid moet ook rekening houden met sociale, economische en culturele overwegingen. Zo moet de problematiek van de betaalbare en kwaliteitsvolle huisvesting evenzeer wegen in het debat over een lokaal bouwkundig erfgoedbeleid, dat nooit excuus kan zijn voor minderwaardige huisvesting en allerlei te bestrijden nevenverschijnselen als huisjesmelkerij.

Daarbij deel ik Uw mening niet dat elke nieuwbouwproject als ‘megalomaan’ dient te worden beschouwd en zonder waarde. Niet alles wat in het verleden werd gerealiseerd dient als ‘goed’ te worden bestempeld, terwijl de door U nu zo begeerde panden ook eens nieuw zijn gebouwd, dikwijls in vervanging van andere misschien ook wel waardevolle panden. In een recente publicatie van Uw groep, naar aanleiding van het woningproject op de graaf de Smet Naeyerlaan wijst U erop dat men Oostende niet mag vergelijken met Barcelona, de stad van al die prachtige en gekoesterde architectuur. Persoonlijk heb ik deze vergelijking nooit gemaakt, maar ik stel vast dat naast het prachtig historisch patrimonium van Barcelona, de talrijke nieuwe en soms gewaagde architectuur (dikwijls hoogbouw) en de strategische projecten, Barcelona, vandaag tot een stad met werelduitstraling hebben gemaakt.

Concreet betekent dat zodra het gemeentelijk ruimtelijke structuurplan zal zijn goedgekeurd, ik het college van burgemeester en schepenen zal voorstellen een thematisch ruimtelijke uitvoeringsplan ‘bouwkundig erfgoed’ te maken. Voorafgaand hieraan, zal ik voorstellen een studie-opdracht te bestellen, waarbij voor het Oostendse grondgebied alle panden in kaart moeten worden gebracht die een bijzondere bescherming middels bijzondere stedenbouwkundige voorschriften verdienen. Deze studie zal objectieve criteria moeten voorstellen die een afweging zal toelaten van alle in het geding zijn de overwegingen en belangen. De bescherming die uit de aanwijzing zal voortvloeien, zal indien nodig verschillend en aangepast aan de concrete stedenbouwkundige situaties zijn. Aan de hand van deze studie zal een voorstel kunnen worden gemaakt, die het voorwerp zal uitmaken van een zeer breed en publiek debat, waaraan iedereen zijn bijdrage zal kunnen leveren. Het zal ook mijn zorg zijn de eigenaars en gebruikers van deze eventueel aan te duiden panden, bij dit debat te betrekken en hun volledige inspraakmogelijkheden te verzekeren. Na dit onderzoek en na het debat, kan de opmaak van het ruimtelijke uitvoeringsplan in de officiële procedure treden, waarbij alle wettelijke advies- en inspraakmogelijkheden nogmaals zullen worden gegarandeerd.

Ik ben ervan overtuigd dat, nu de wetgeving dit toelaat, een dergelijk gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, het geëigende instrument is om een lokaal stedenbouwkundig erfgoedbeleid te voeren, dat in de vele jaren die zullen komen de talrijke naar mijn oordeel dikwijls niet gefundeerde ad hoc discussies zullen vermijden en rechtszekerheid zal bieden aan elke eigenaar, bezitter, kandidaat-koper of investeerder. Gelet op het belang van de zaak, heb ik gevraagd aan Prof. Dr. Marcel Smets, Vlaams Bouwmeester, het voorzitterschap van de stuurgroep waar te nemen, die zal worden gevraagd advies te verlenen i.v.m. de studie-omschrijving en de begeleiding en sturing van de voorafgaande inventarisatie en studie. De Vlaamse Bouwmeester heeft intussen zijn principiële medewerking toegezegd.”

 

Antwoord schepen Bart Bronders – juni 2006

We hebben een zeer lijvig antwoord van 16 pagina’s ontvangen op onze vragenlijst, soms wat bureaucratisch, soms wat ontwijkend, soms wat politiek en soms wat zalvend. Maar uiteindelijk vonden we het antwoord tamelijk positief, daar we tussen de regels kunen lezen dat het Stadsbestuur wel degelijk plant een erfgoedbeleid in te voeren. Maar u begrijpt dat we dit met de nodige argwaan bekijken. De golf van afbraak in Oostende blijft duren. Vele Belle Epoque huizen in de Koninginnelaan, Koningstraat, de Squares, H. Serruyslaan, A. Pieterslaan,… hebben een afbraakvergunning gekregen. Het Villaplan is een goede actie, maar te kleinschalig en te beperkend. De verkrotting van prachtige burgerhuizen in deze wijken, opgekocht door het stadsbestuur via hun opkooprecht, blijft een doorn in het oog. De Van Iseghemlaan is een tochtstraat met hoogbouw van bedenkelijk architecturaal niveau geworden. Hierbij is het onbegrijpelijk dat het stadsbestuur het Europacenter als een fout uit het verleden aanklaagt, maar tergelijkertijd vlak naast de deur een even megalomaan (oei, excuseer we mochten dit woord niet meer gebruiken) project van twee huizenblokken breed optrekt.

We proberen de mensen en het stadsbestuur te sensibiliseren dat erfgoed een goede zaak is voor een stad. Het opstellen van een onafhankelijke inventarislijst is een heel grote stap voorwaarts, met deze lijst kan duidelijkheid geschept worden voor zowel de bewonders, de eigenaars, de buurt als de bouwpromotoren. Hopelijk wordt niet te lang getalmd met deze lijst, want de bouwpromotoren zijn vandaag al heel druk bezig een inhaalbeweging te maken. Diverse eigenaars van interessante panden in Oostende worden voortdurend het hoofd dol gemaakt met waanzinnige voorstellen. Als het zo door gaat, zal er niets meer moeten geïnventariseerd worden. Zeer binnenkort hebben we terug een afspraak met Schepen Bronders over onze standpunten, en om te zoeken naar gemeenschappelijke raakpunten.

 

Vergadering met Bart Bronders – 27 juli 2006

De sensibiliseringsacties van Dement Oostende blijken toch het één en ander teweeg- gebracht te hebben bij onze beleidsmensen. Bij de vergadering met schepen Bronders op 27 juli 2006 kwamen we te weten dat het Stadsbestuur de uitwerking van een Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GeRUP) voor gans Oostende, met integratie van alle waardevolle panden, heeft goedgekeurd. Eén van onze eerdere voorstellen, en uiteraard zeer positief. Er wordt een commissie samengesteld onder voorzitterschap van Vlaams Bouwmeester Marcel Smets voor het uitwerken van de criteria voor dit nieuw structuurplan.

In deze commissie, waarin geen enkele politieker mag zetelen, wordt een methodiek uitgewerkt die rekening moeten houden met diverse objectieve criteria voor een groot stedebouwkundig geheel: erfgoed, landschap, economie, toerisme, … Na de studie, of laten we zeggen de voorronde, die ongeveer één jaar zal duren, zal het stadsbestuur de aanbevelingen van de commissie in een eerste instantie volgen en zullen bijvoorbeeld de bouwaanvragen voor een betrokken pand onbehandeld blijven.

Een volgende ronde houdt de inspraak van de diverse belanghebbenden (eigenaars, …) in. Een volledig uitgewerkte GeRUP zal dus inderdaad nog enige tijd duren. En hier ligt dan ook onze vrees. De laatste jaren is er een enorme inhaalbeweging vanuit de bouwsector om vele panden op te kopen, te slopen en te vervangen door appartementsbouw. Want er is een duidelijke markt voor appartementen. Zijn het de beperktere mogelijkheden om geld te beleggen in het buitenland, of de fiscale amnestie, die maken dat er nu volop geld vrij komt voor een appartement aan de kust? Meer dan een jaar wachten op een uiteindelijke regeling kan nefast zijn voor het erfgoed van onze stad Vandaag weigert het stadsbestuur geen sloopaanvragen zolang deze conform de huidige BPA’s zijn. Zie maar de recente sloopaanvragen voor prachtige Belle Epoque panden aan het Prinses Stefanieplein, de Koninginnelaan, de A. Pieterslaan, de Hendrik Serruyslaan, …

En we hopen dat het stadsbestuur de bestelde studie ook niet naast zich zal leggen (Nvdr: ondertussen zijn al deze aangehaalde voorbeelden afgebroken). Het Stadsbestuur kan wel beweren dat het wijzigen van BPA’s zeer lang duurt en dat een globale aanpak van een stad praktisch onmogelijk was tot nu. Maar vergeet niet dat deze coalitie reeds sedert 1995 het beleid voert in Oostende. Zoals in Brugge, Ieper (nvdr: Ieper waar het bestuur wel de verplichting oplegt om de gevel te bewaren op een nochtans geen toeristische toplocatie. Dus is het perfect mogelijk de promotoren te verplichten erfgoed op te nemen in hun bouwprojecten. Maar de wil en daden van het bestuur zijn hier voor nodig) of Koksijde kon al veel vroeger een totale erfgoedaanpak gerealiseerd worden. Vandaag hebben we enkel het Villaplan (goed maar te kleinschalig) en de inhaalbeweging via de dienst Monumenten en Landschappen voor de monumenten, om ons lokaal erfgoed te beschermen.

Maar laten we eerlijk zijn, er bestond bij de meerderheid van het stadsbeleid te weinig interesse voor het Oostendse erfgoed. We merken dat ook vandaag nog het stadsbestuur een andere visie over erfgoed heeft. Wanneer Dement Oostende bepaalde bedreigde panden of voorbeelden aanhaalt, merken we nog steeds zeer verwonderlijke blikken op. Erfgoed gaat voor ons wel verder dan enkel monumenten. Het gaat ook over de ziel van een stad. Op onze vraag hoe het zit met het oude centrum van de stad, kregen we geen duidelijk antwoord. Volgens het stadsbestuur bevat het centrum enerzijds praktisch geen ééngezinswoningen, en anderzijds geen belangrijk erfgoed meer, met uitzondering van de gekende monumenten. Dit sterkt de eerdere geruchten dat de top van de meerderheidspartij, inderdaad geopperd had dat het stadscentrum volledig opgeofferd kan worden voor nieuwbouw, net zoals alle belangrijke invalswegen zoals de Torhoutsesteenweg en Nieuwpoortsesteenweg. Want niemand wil hier toch wonen, volgens de beleidsmensen.

Maar loop zelf eens door het centrum voor het te laat is, want de afbraak van de gewone huizen in het centrum gaat heel snel! Te snel! Het centrum staat nog steeds vol interessante Belle Epoque en Interbellum panden. Stel bijvoorbeeld het verlies aan sfeer voor wanneer i.p.v. de gewone vissershuizen aan het populaire Visserplein (Bonenstraat-Kadzandstraat) allemaal appartementen zouden opgetrokken worden. Tijdens de laatste legislatuur is 67% van de oorspronkelijke Belle Epoque-woningen aan het Prinses Stefanieplein verdwenen. Vandaag staan er nog drie!!! Als alles hier gesloopt is, zal dan het Prinses Clementina-plein, alhoewel opgenomen in het villaplan, aangepakt worden?

Schoonheidscommissie: Een ander punt op de vergadering was de kwaliteitsverbetering van architectuur. De schepen wordt geconfronteerd met ontwerpen waarbij de architecten duidelijk de richtlijnen van de bouwpromotoren moeten volgen, en waarbij geen plaats, tijd noch geld is om betere architecturale ontwerpen naar voren te brengen. Daar waar de schepen niet wenst in te gaan tegen sloopaanvragen, is hij wel duidelijker geïnteresseerd in betere architectuur. De overweging om een schoonheidscommissie uit de grond te stampen, en een rondvraag bij architecten te organiseren, speelt bij de schepen. De grotere projecten van de bouwpromotoren baren de schepen ook zorgen. Binnen vijftig jaar, wanneer een breed appartementsblok uitgewoond zal zijn, zal er een probleem ontstaan hoe deze nieuwe kankerplekken aan te pakken vanwege de zeer vele eigenaars. Onze kritiek hierbij is dan wel: wat dan met de grote projecten van de Stad Oostende zoals het Helmond-project, het mysterieuze project op de Churchill-kaai (hoe groot, hoe hoog???), het Hazegras-project, …

Autonoom Gemeentebedrijf Stadsvernieuwing Oostende – AGSO: Op onze vraag of dat het AGSO geen betere rol kan spelen bij dossiers waarbij erfgoed dreigt verloren te gaan antwoordt schepen Bronders dat hij er wel in gelooft, maar dat het financieel zeer moeilijk is. Ons aangehaald voorbeeld van de prachtige ombouw van een Belle Epoque pand naar moderne flats in de Kemmelbergstraat, is volgens hem alleen maar mogelijk door z’n toplocatie. Het AGSO heeft geen geld, en moet werken via subsidies en partners. Verder treedt het AGSO enkel op wanneer de private sector dit niet doet. Niettemin zijn wij er van overtuigd dat het AGSO wel een belangrijke rol kan spelen in stadsvernieuwing waarbij het erfgoed behouden blijft. Het is volgens ons de taak van het AGSO om zijn private partners ervan te overtuigen een project op langer termijn te bekijken. De taak van een overheidsgelieerd bedrijf moet meer nobel zijn dan zijn private tegenhanger, en de doelstellingen mogen niet enkel winstbejag zijn. We haalden op de vergadering ook enkele mogelijkheden aan van stadsherstel-projecten in Amsterdam, informatie gekregen via Nederlandse sympathisanten. Schepen Bronders vindt soms onze kritiek in de mailings te éénzijdig. Daar waar wij bijvoorbeeld niet begrijpen waarom twee huizenblokken met waardevol patrimonium werden opgeofferd voor een grootschalig appartementsblok, is de schepen wel overtuigd over de kwaliteit van het Helmond-project in de Van Iseghemlaan. Een ander bouwpromotor zou veel meer (en kleinere) appartementen van een minder kwalitatieve niveau opgetrokken hebben.

Hij vindt ook dat we steeds kritiek hebben op nieuwbouw en architectuur, maar we zijn dan ook een erfgoedvereniging en geen architectuurvereniging, met interesse in goede architectuur. Verder is het percentage aan hoogstaande architectuur bij alle recente nieuwbouwprojecten zeer laag. Uiteraard zullen we initiatieven van nieuwe architectuur in harmonie met plaatselijk erfgoed, toejuichen. Maar die zijn er nog te weinig. Het nieuwe schoolgebouw in de Rogierlaan, naast het Atheneum, is wel al een stap in goede richting. Verkrotting en speculatie blijven grote problemen.

 

Cultuurdebat over erfgoed – oktober 2006

Rond cultuur is er tegenwoordig ook veel te doen. Iedereen geeft elkaar de schuld van het falen of slagen ervan. Dement Oostende werd onder meer uitgenodigd voor het Cultuurdebat van de Cultuurraad in het Koninginnehof op 17 september 2006, en de Brokken cultuurdag op 23 september 2006 in het station. Op het Cultuurdebat ging het er heftig aan toe, maar we zullen toch proberen een genuanceerd beeld te geven van wat er gezegd geweest is met betrekking tot ‘erfgoed’.

Waren vertegenwoordigd: Johan Verstreken voor CD&V-NVA, Bart Bronders voor SP.a-Spirit, Christiaan Verougstraete voor Vlaams Belang, Wouter De Vriendt voor Groen!, Marc Quatacker voor VLD-Vivant en Arne Ballière voor Avanti!. Een ding is in ieder geval zeker: het erfgoeddebat staat op de agenda, mede dank zij onze acties en de algemene kritiek op het afbraakbeleid. Alle cultuurmensen in de zaal waren het erover eens dat het erfgoedbeleid incoherent en onvolledig is. Niet alleen de Belle Epoque-huizen moeten bewaard blijven, maar ook andere stijlen zoals bijvoorbeeld ‘nieuwe zakelijkheid’ moet gevrijwaard blijven van afbraak.

Schepen Bronders kondigde namens de SP.a de maatregelen aan die we al kennen (de “commissie”), maar kondigde ook aan dat er na de verkiezingen werk zou gemaakt worden van het klasseren van een hele reeks nieuwe gebouwen, en dit door de aanstelling van experts. Niettemin wist hij ook te vertellen dat het Stadsbestuur er voor niets tussenzit als een gebouw beschermd wordt als monument. Dit is namelijk een bevoegdheid van het Vlaamse Gewest. Maar we voelden zeker aan dat ze verder willen gaan met de stadsvernieuwing en dat we dus nog geconfronteerd zullen worden met sloop. Schepen van Cultuur Johan Verstreken begreep dat er zoiets bestaat als ‘stadsuitzicht’ en dat een erfgoedbeleid meer is dan het klasseren van individuele gebouwen. Hij stelde ook voor een erfgoedcoördinator aan te stellen, een functie die gesubsidieerd wordt door Vlaanderen, maar die niettemin toch zou moet aangevraagd worden.

Bij de VLD leeft er zoiets als een historisch bewustzijn, maar je had steevast het gevoel dat ze spraken vanuit een zekere nostalgie, een verlangen naar het verleden zonder daar in het heden iets tegenover te stellen. Wouter Devriendt heeft de Groen! visie uitgelegd, namelijk een stad met ziel en karakter en een lokaal erfgoedbeleid. Een hele rist maatregelen zoals de erfgoed-signaalkaart, een actief beleid tegen de sloopvergunningen, afspraken met andere erfgoedsteden,… moeten ingevoerd worden. Maar vooral ook inspraak van de Oostendenaar zelf is belangrijk. Groen! is de partij die tijdens de gemeenteraad ook effectief vragen stelt omtrend erfgoed in Oostende, en die er een belangrijk verkiezingspunt van hebben gemaakt.

Verder noemde schepen Bronders de renovatie van oude huizen ‘niet sociaal’. Wij vinden de appartementen die neergepoot worden nu ook niet meteen van de goedkoopste en bovendien vernietigend voor het stadsbeeld. Bovendien is van sociale invulling in het Helmond-project en de twee nieuwe torens op het Hazegras ook niets meer terug te vinden.

Een interessante reactie kwam van iemand in de zaal, namelijk dat we aan dit tempo over vijftig jaar niet eens een erfgoedbeleid zullen nodig hebben, want dat de nieuwbouwprojecten de moeite niet waard zijn om te klasseren. Alvast een opsteker voor schepen Bronders die kwaliteit en schoonheid ondefinieerbaar vindt. Zijn Helmond project heeft op architecturaal niveau nu ook nog niet veel potten gebroken. Het blijft wachten op een erfgoedcel en een degelijk beschermbeleid vanuit het stadsbestuur…

 

Nieuwe erfgoedwind bij de politici? – oktober 2006

De citaten van Franklin Sleuyter in de Zeewacht van 1 september waren op zijn minst opmerkelijk en voor ons toch ook bedenkelijk : “Wij en de politici hebben dezelfde ingesteldheid. We werken elkaar niet tegen. Ik onderhoud goede contacten met mensen van alle partijen.” “Wij hebben gronden genoeg in eigen patrimonium om meer dan 10 jaar aan hetzelfde tempo verder te werken. Er is nog zoveel te doen.” Dement Oostende hoopt ook op goede contacten met het stadsbestuur, want enkel door dialoog kan men het verlies van erfgoed tegen gaan.

Tijdens de afgelopen maanden had Dement Oostende terug gesprekken met Bart Bronders (SP.a), Johan Vandelanotte (SP.a), Jean Vandecasteele (SP.a) en Johan Verstreken (CD&V). De drie topmannen van de SP.a spraken vooral over de huidige golf van stadsvernieuwing en de nieuwe commissie onder voorzitterschap van Vlaams Bouwmeester Marcel Smets. Deze onafhankelijke commissie zal instaan voor het uitwerken van de criteria voor een nieuw structuurplan, waarin een methodiek wordt uitgewerkt die rekening moeten houden met diverse objectieve criteria voor een groot stedebouwkundig geheel: erfgoed, landschap, economie, toerisme, …

De gesprekken gaven ons een dubbel gevoel, enerzijds zijn we blij dat we erfgoed op de politieke agenda hebben kunnen plaatsen, anderzijds is de invulling ervan nog niet volledig overtuigend. Zonder kritiek te willen geven op de huidige stadsvernieuwing, gaat het tot op heden toch voornamelijk over vervangingspolitiek. Al dan niet grootschalige nieuwbouwprojecten komen in de plaats van kleinschalig Oostends erfgoed. En de bestaansreden voor Dement Oostende is en blijft toch wel het beheer en het behoud van ons waardevol erfgoed. We opteren voor een stadsvernieuwing waarbij de ziel van een stad gerespecteerd wordt.

 

Invalswegen opgegeven aan bouwpromotoren – oktober 2006

We merken de geruchten correct zijn, het stadscentrum en de invalswegen (Nieuwpoortsesteenweg, Torhoutsesteen-weg, Alfons Pieterslaan, Graaf de Smet de Naeyerlaan, …) worden opgegeven ten vorodele van de bouwpromtoren. Op die invalswegen wil blijkbaar toch niemand in een rijwoning wonen volgens het stadsbestuur, en in het centrum mag het volgens Johan Vande Lanotte gerust hoog en dicht worden. Hij vind dit leuk in een stad. Er is toch geen belangrijk erfgoed in de stad, en er zijn toch geen rijke middenklassers in Oostende om ééngezinswoningen op te kopen en te restaureren.

 

Nieuwsblad 30/10/2006 : Strenger tegen afbraak oud Oostende – Bart Bronders wil als test sloop waardevol pand stoppen

“Oostende – Het wordt de komende jaren veel moeilijker om historische panden in Oostende te slopen. Schepen Bart Bronders geeft nu het startschot van dit nieuw beleid door het schepencollege een strenge toepassing te vragen van zijn actieplan. In Oostende zijn er de jongste decennia veel panden afgebroken die onvoldoende waardevol waren om beschermd te worden als monument maar die minstens konden bestempeld worden als belangrijk voor het bouwkundig erfgoed van de badstad. Schepen van ruimtelijke ordening Bart Bronders (SP.A) startte afgelopen jaar een actieplan bouwkundig erfgoed. ,,Naast de klassieke bescherming door panden te beschermen als monument (de jongste zes jaar werden er een recordaantal van 240 gebouwen geklasseerd in Oostende, nvdr) werken we aan een Ruimtelijk Uitvoeringsplan. Daardoor zal voor eens en voor altijd duidelijk zijn welk gebouw we volledig willen beschermen en bewaren voor het nageslacht, welk pand kan gerenoveerd worden of ten derde welk pand kan afgebroken onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat er iets in de plaats komt dat architecturaal minstens even waardevol is.”

De Vlaamse bouwmeester Marcel Smets (in mensentaal: de man die de architecturale en bouwkundige lijnen uitzet in Vlaanderen) is momenteel bezig aan de opstelling van een lijst waarop het volledige Oostendse erfgoed zal staan. Hij werd gevraagd omdat hij als onafhankelijk specialist geen subjectieve banden heeft met gelijk welk pand of eigenaar. Bronders wil meteen na de verkiezingen aantonen dat het wat hem betreft menens is. Vandaag bespreekt het schepencollege de sloopvergunning van een pand op het Prinses Stephanieplein 45. ,,Een typische oude Oostendse villa die bovendien nog in uitstekende staat is. Monumenten en Landschappen wil het niet beschermen maar ik wil toch de afbraak tegenhouden, in de geest van het actieplan en omdat het waardevol is voor ons bouwkundig erfgoed. Ja, het is een testcase. Bovendien wil ik verhinderen dat sommige projectontwikkelaars nog snel enkele waardevolle panden slopen voor het actieplan uitgevoerd kan worden”, kondigt de schepen van ruimtelijke ordening aan. Hij maakt er geen geheim van dat hij de komende jaren streng zal waken over de toepassing van zijn beleidsplan. Bronders wordt ook genoemd als de toekomstige schepen van monumentenzorg.” (Gunther Vanpraet, Nieuwsblad (ondertussen werkzaam bij Oostende Werkt! nvdr))

 

Erfgoedbeleid in Oostende – 4 april 2007

In oktober 2006 waren we aangenaam verrast met de krantenartikels waarin de bevoegde schepen aankondigt werk maken van een grondig erfgoed-beleid. Met veel persaandacht werd gewag gemaakt dat de sloop van een stadsvilla op het Stefanieplein werd tegengehouden. (zie hierboven)

We zijn op zoek naar de logica. Waarom kan dan vandaag de sloop van Hotel du Louvre niet geweigerd worden? Komt het door het verkoopscontract waarin de stad als eigenaar een sloopclausule toelaat, of heeft de groep Desimpel een voetje voor op andere promotoren? Nee, laten we nu niet paranoïde worden. Het is een feit dat Oostende onvermijdelijk terug een stuk belangrijk lokaal erfgoed zal verliezen, maar Dement Oostende blijft werken aan de sensibilisering van de Oostendenaars en de beleidsmensen. Het blijft elke dag een beetje monumentenstrijd in Oostende…

 

Open brief aan dhr. Johan Vande Lanotte, kandidaat premier – 22 april 2007

Geachte Heer Vande Lanotte,

Dement Oostende werd in het najaar van 2005 opgericht uit bezorgdheid van de grote drastische afbraakgolf die onze stad laatste 6 jaren overspoelde. Na een eerste afbraakgolf in de jaren zestig, waarvan men tot op heden nog steeds schande spreekt, verdwijnt heden opnieuw een groot deel van ons stedelijk erfgoed aan een zeer hoog tempo. Mede door het succes van de heropleving van Oostende, vinden terug veel mensen de weg terug naar onze mooie kuststad. Maar paradoxiaal genoeg verdwijnt hierdoor ook de ziel van onze mooie stad. Dement Oostende is een onafhankelijke, niet politiek gebonden actiegroep dat een gezond erfgoedbeleid nastreeft in onze stad Oostende.

Als bezorgde Oostendenaars streven wij naar sensibilisering bij de Oostendenaren en de plaatselijke politieke beleidsvoerders. Bouwpromotoren dienen het erfgoedbeleid te respecteren. Dit doen we op een actieve, positieve, constructieve, en communicatieve manier. Bij een eerste gesprek met de bevoegde schepen Bart Bronders op 9 februari 2006 werd een vragenlijst afgegeven met een vijftigtal vragen over ons erfgoed. Tijdens dezelfde ontmoeting overhandigden we ook een petitie met meer dan 3000 handtekeningen tegen de afbraak van Hotel du Louvre. Tijdens het constructief gesprek werd beloofd spoedig een antwoord te geven op onze vragen. Op 27 april kregen we een schriftelijk antwoord, waarbij beloofd werd gemaakt werk te maken van een erfgoedbeleid. Bart Bronder: “Ik ben ervan overtuigd dat, nu de wetgeving dit toelaat, een dergelijk gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, het geëigende instrument is om een lokaal stedenbouwkundig erfgoedbeleid te voeren, dat in de vele jaren die zullen komen de talrijke naar mijn oordeel dikwijls niet gefundeerde ad hoc discussies zullen vermijden en rechtszekerheid zal bieden aan elke eigenaar, bezitter, kandidaat-koper of investeerder. Gelet op het belang van de zaak, heb ik gevraagd aan Prof. Dr. Marcel Smets, Vlaams Bouwmeester, het voorzitterschap van de stuurgroep waar te nemen, die zal worden gevraagd advies te verlenen i.v.m. de studie-omschrijving en de begeleiding en sturing van de voorafgaande inventarisatie en studie. De Vlaamse Bouwmeester heeft intussen zijn principiële medewerking toegezegd.”

Eén jaar geleden werd dus beloofd dat een onafhankelijke commissie onder leiding van Vlaams Bouwmmeester Marcel Smets zou samengesteld worden na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006. Deze commissie zou onder andere het kader maken voor een nieuwe beschermingsronde in Oostende. Op onze vraag ofdat de beleidsmensen akkoord zouden zijn dat er hierbij samenspraak zou zijn met cultuurminnende organisaties en Oostendenaren, antwoordde u op 29 september met volgend schrijven: “We zijn er voorstander van dat de commissie zo onafhankelijk mogelijk werkt. Zo is het ook met het duinendecreet gebeurd en dat is het succes gebleken want alle beroepen hebben gefaald. De commissie tot de criteria vastleggen en ze dan toepassen. We gaan er vanuit dat als de commissie een lijst maakt, ze die gedurende een periode voor een openbaar onderzoek ter beschikking stelt, zodat de diverse instanties en organisaties kunnen reageren, waarna prof. Smets zijn werk moet afmaken.  Duidelijke en strak toegepaste criteria zijn dus heel erg belangrijk en individuele overwegingen moeten we absoluut vermijden, anders loopt het verkeerd af. Wel is ondertussen beslist dat de woningen die eigendom zijn van de overheid, ook de woningen die bv. eigendom zijn van de Oostendse Haard op het Maastrichtplein, onaangeroerd blijven tot na het advies van prof. Smets.“

Zeven maanden na uw schrijven, en praktisch meer dan één jaar na de beslissing een commissie op te richten, hebben we nog steeds geen weet als er effectief een commissie wordt opgericht. Bij navraag kon niemand ons het bestaan van deze commissie bevestigen. We zijn ervan overtuigd dat de nakende afbraak van Hotel du Louvre en andere erfgoedpanden in Oostende, had kunnen vermeden worden indien de commissie reeds vroeger in werking was getreden. De ziel en het karakter van onze mooie stad, zoals wij ze vandaag kennen, verdwijnt aan een razend snel tempo.

Maar we zijn er ook van overtuigd dat u, vooral nu als kandidaat-premier, uw belofte ook effectief zult uitvoeren. Wij kijken dan ook uit naar de snelle verwezelijking van de beloofde onafhankelijke commissie Vanuit onze bezorgdheid wensen wij vooral duidelijkheid omtrent de gemaakte belofte.

Wij kijken eveneens uit naar de hieronder gestelde vragen en stellingen:

– De datum van start van de aanstelling van commissie Smet, de samenstelling, de doelstelling en de procedurecriteria.

– Een duidelijke doelstelling waarna deze operatie geslaagd kan genoemd worden. We wensen dat na deze werkgroep 250 bijkomende huizen definitief van sloop worden gevrijwaard.

– We wensen dat bij de bescherming rekening gehouden met volgende aspecten: 1) Indien in de straat geen andere gebouwen van architectonische en historische waarde meer staan dan moeten die laatste gebouwen in die straat of rond dat park bij voorkeur beschermd worden. 2) Indien rond een park of in een deel van de straat nog een geheel van herenhuizen staat, dan moet die beschermd worden of moet een sloopverbod worden uitgevaardigd. 3) Bij minder belangrijke architectuur speelt het stadszicht een even belangrijke rol. 4) Bij minder belangrijke architectuur is de historische waarde of de uniekheid van het erfgoed van een even groot belang.

– We wensen dat er duidelijkheid komt over de pre-electorale affiches over inbreiding in Oostende. Momenteel weten weinigen iets over concrete plannen en doelen. We wensen dat het AGSO een duidelijk gebudgetteerde, geplande en bemande cel krijgt die zich uitsluitend inzet voor het aantrekken van investeerders voor de renovatie van bestaand erfgoed, al dan niet beschermd.

– We wensen een globaal, duidelijk en transparant beleid inzake cultuur, erfgoed en huisvesting. Verder kunnen wij als Dement Oostende zonder problemen een 250-tal panden voorstellen die zeker de moeite zijn om bewaard te worden voor de volgende generatie kiezers. In onze keuze baseren wij ons op de Vlaamse Inventaris voor Onroerend Erfgoed en richten wij ons op de fragiele en bedreigde wijken, zoals het stadscentrum en de invalswegen.

Uit een gemeenschappelijke liefde voor de Koningen der Badsteden hopen wij samen aan een gezond erfgoedbeleid voor Oostende te kunnen werken. Hierbij verblijven wij,

Met de meeste hoogachting,  Actiegroep Dement Oostende. Verstuurd op 22 april 2007

 

Bart Bronders op Focus – 22 mei 2007 De Raad van State heeft de sloopvergunning voor Hotel du Louvre geschorst.

Wij hoopten dat de Stad Oostende nu tot bezinning zou komen, dat haar bestuurders hun verkiezingsbeloften zou naleven, en dat de schepen voor Monumentenzorg eindelijk zijn verantwoordelijkheid zou opnemen. Maar het antwoord hoorden we in de Focus TV uitzending van 11 mei. Reporter Focus: “De vreugde zou wel eens van korte duur kunnen zijn, want het stadsbestuur is duidelijk niet van plan om het voormalige hotel van de sloophamer te redden.”

Schepen van Monumenten Bart Bronders: “De gemeenteraad heeft dit pand verkocht onder de voorwaarde, en met bijvoeging van een stedebouwkundig attest waar duidelijk de toelating in stond, of de voorwaarden in stond, dat een nieuw gebouw, veel hoger dan de bestaande, mocht komen. Dus ik voer niet meer dan een beslissing van de gemeenteraad uit. Ik zou het nogal schandalig vinden wanneer dan iets van veel geld, met winst verkoopt onder bepaalde voorwaarden, met de belofte dat daar een nieuwbouw kan gezet worden, om dan nadien na de verkoop te zeggen, dat gaat niet door, de erfgoedwaarde is zo groot. Ik denk dat dat niet kan.“ Woordelijk was het misschien niet zo duidelijk, inhoudelijk wel.

 

Nog geen antwoord op onze open brief aan Johan Vande Lanotte – 7 juni 2007

Tot op heden kregen we nog steeds geen antwoord op onze open brief aan SP.a voorzitter Johan Vandelanotte. Maar het is onze kandidaat-premier vergeven, midden in de verkiezingstrijd kunnen we begrijpen dat de federale materie prioriteit krijgt ten nadele van het fragiele Oostendse erfgoed. De vraag kan gesteld worden als het nieuwe reglement dat onze schepen van Monumentenzorg Bart Bronders heeft voorgesteld op de laatste gemeenteraad het antwoord op onze open brief is? Schepen Bronders stelde een reglement voor dat het bouwkundig erfgoed van de stad Oostende beter zou moeten beschermen. Het reglement baseert zich op de studie van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed van enkele jaren terug. Een inventaris die Dement Oostende steeds gebruikte in zijn strijd tegen de afbraak. Jammer genoeg hebben wij, die open communicatie en samenwerking hoog in het vaandel dragen, deze gegevens uit de krant gehaald.

Bart Bronders : “Alle bestaande villaplannen worden afgeschaft, en worden vervangen door een nieuw villaplan, dat bepaald wordt door de inventaris van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, als tijdelijke oplossing in afwachting van een definitieve lijst van de te beschermen gebouwen. Deze lijst wordt samengesteld door een bouwkundige erfgoedcommissie. Hun advies aan het schepencollege is niet bindend.”

Onze mening is duidelijk: elke stap richting gezond erfgoed is een goede stap. Het lijkt een mooie verpakking maar hopelijk is het geen lege doos. Wij verwachten duidelijkheden over de sloopbelemmeringen, de voor- en nadelen van dit nieuwe villaplan en ook meer zicht op de juridische kracht van dit reglement. Als het advies van de commissie niet bindend is, willen wij nog zien of het schepencollege daadwerkelijk rekening zal houden met dit advies. Er bestaan in onze stad reeds veel adviesorganen. Veelal worden adviezen genegeerd (cfr. Cultuurraad). Het negatief advies van Monumenten en Landschappen betreffende de sloop van Hotel du Louvre werd ook zonder meer naast zich neer gelegd. Een feit waarmee de Raad van State niet kon lachen en waardoor de schorsing van de sloopvergunning een feit werd. Als erfgoed-actiegroep verwachten wij meer duidelijkheid. De woorden zijn gevallen, nu daad bij het woord.

 

Bart Bronders nieuwste uitlating – 18 februari 2008

Dement Oostende nam met verbazing kennis van de laatste stelling van de Schepen bevoegd voor Monumentenzorg Bart Bronders: ‘Erfgoed blokkeert sociale huisvestingsprojecten!’ Blijkbaar rest enkel nog het argument van ‘sociale huisvesting’, een aangelegenheid waarvoor deze schepen zelfs niet bevoegd is, om géén erfgoedbeleid te moeten voeren. Deze stelling verbaast omdat de recentste cijfers van de vastgoedmarkt in Oostende aantonen dat juist de doorgedreven slooppolitiek om plaats te ruimen voor appartementenblokjes een sociale huisvestingspolitiek onbetaalbaar maakt. Dankzij het liberale vergunningsbeleid van deze nochtans tot de SP.a behorende schepen kent Oostende de hoogste gemiddelde verkoop- en huurprijs voor een appartement in België en zijn gezinswoningen door grondspeculatie van bouwpromotoren in het stadscentrum onbetaalbaar geworden. Dement Oostende weerlegt de stelling dat erfgoed sociale huisvesting zou in de weg staan. Vooreerst zijn er nog weinig panden met erfgoedwaarde in het totale woningenbestand van de stad die de sloopwoede van de laatste jaren overleefd hebben. Indien dan al bestaande panden plaats moeten ruimen voor een nieuw sociaal huisvestingsproject, zijn er in de stad dan ook voldoende panden voorhanden die absoluut géén erfgoedwaarde hebben. Bovendien zijn er al 2,5 keer méér sociale huurwoningen dan in de randgemeenten (cfr. ‘Steden op koers? De stadsmonitor voor leefbare en duurzame Vlaamse steden. Annex Oostende editie 2006’, pg. 48).

Als Schepen Bronders dus echt bekommerd is om de sociale huisvesting zou hij best eens het potentieel voor sociale woningbouw in de randgemeenten, zoals zijn eigen Zandvoorde, onderzoeken waar erfgoed zeker geen hinderpaal kan zijn. Tenslotte kunnen ook panden mét erfgoedwaarde zich lenen tot sociale huisvesting. Zo heeft het OCMW enkele jaren geleden een aantal historische panden in de Amsterdamstraat opgeknapt en zet zij deze nu met succes in op de sociale verhuurmarkt. Dat men de Oostendenaars dan ook géén rad voor de ogen probeert te draaien met al te sloganeske uitlatingen van een schepen, dan nog bevoegd voor Monumentenzorg, als zou erfgoed sociale huisvesting in de weg staan! De schepen van Monumentenzorg moet aan monumentenzorg doen en de schepen voor sociale zaken moet een sociaal beleid voeren.

 

De Zeewacht – 11 april 2008

“De bestuurders van onze stad wonen toch ook in Oostende ? Worden zij dan echt niet geraakt door de verdwijning van de laatste restjes patrimonium die de Duitsers en de sloopwoede vanaf de jaren zestig overleefd hebben ? (…) De mensen die zich opwerpen als beschermers van het historisch erfgoed krijgen vaak het verwijt dat ze te emotioneel reageren. So what ? Wat is er mis met emoties ? (…) Het stadsbestuur zou blij moeten zijn met mensen die zich belangeloos voor hun stad willen inzetten. De vraag naar het behoud van de mooiste gebouwen van onze stad is immers een legitieme vraag. Het is nu eenmaal prettiger om in een mooie stad te wonen dan in een lelijke. De vraag naar het behoud van ons patrimonium is geen drang naar sentiment, dit is een roep naar kwaliteit. Het is een plicht van elke Oostendenaar om hier voor op te komen. (KC, De Zeewacht 11/04/08)”

 

Wie gelooft die mens nog? – 24 april 2008

In oktober 2006 verklaarde Bart Bronders in volle verkiezingsstrijd: “Naast de klassieke bescherming door panden te beschermen als monument werken we aan een ruimtelijk uitvoeringsplan. Daardoor zal voor eens en vooral duidelijk zijn welk gebouw we willen beschermen en bewaren voor het nageslacht, welk pand kan gerenoveerd worden of ten derde welk pand kan afgebroken worden onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat er iets in de plaats komt dat architecturaal minstens even waardevol is.“ Verder staat in het artikel te lezen dat Bronders meteen na de verkiezingen wil aantonen dat het wat hem betreft menens is, en dat hij er geen geheim van maakt dat hij de komende jaren streng zal waken over de toepassing van zijn beleidsplan. De journalist van dienst schrijft nog dat Bronders ook genoemd wordt als toekomstige schepen van Mionumentenzorg. En strenger tegen afbraak… (Nieuwsblad 30/10/06)

Vorige week vrijdag, en dus anderhalf jaar later verklaart onze schepen van Monumentenzorg Bart Bronders in de krant: “Het is onhaalbaar om de 3.000 panden op de Vlaamse Inventaris voor bouwkundig erfgoed allemaal te bewaren. De lijst is ontstaan toen een 21-jarig meisje met een fototoestel in Oostende rondliep en alle gebouwen heeft gefotografeerd. Het schepencollege levert maandag 21 april opnieuw een positief advies voor de sloop van Hotel du Louvre. We hebben destijds de verkoop in de gemeenteraad goedgekeurd en moeten consequent blijven en ook rechtszekerheid geven.” (Nieuwsblad 21/04/08)

De minachting voor kunsthistorici en al wie met erfgoed te maken heeft kon niet treffender zijn. Verder is het ook denigrerend de inventaris af te doen als “een lijstje dat op een namiddag door een 21-jarig meisje met een fototoestel werd opgemaakt”! Zijn dit uitspraken van onze schepen voor Monumentenzorg? Wie gelooft die mens nog?

 

Actieplan Bouwkundig Erfgoed Oostende: beste schepen Bronders, wanneer eindelijk actie? – 24 juni 2008

Een week geleden viel in de pers te lezen dat het onderzoek naar het bouwkundig erfgoed ter voorbereiding van de opmaak van een ‘Actieplan bouwkundig erfgoed’ (A.be) is afgerond. Dement kreeg per toeval het persbericht van schepen Bronders onder ogen. De schepen vond het niet nodig zijn persbericht ook te zenden naar onze vereniging, ofschoon die al jarenlang ijvert voor dringende actie naar ons bouwkundig erfgoed toe.

Het deed ons werkelijk deugd te lezen dat de schepen erkende dat na WO II “kleine en grote projecten werden gerealiseerd met de grootste onverschilligheid ten aan zien van het geschiedkundige en het stedenbouwkundige verleden”. De schepen vergat er wel bij te vermelden dat deze onverschilligheid tot onder zijn legislatuur blijft voortduren! Wij waren nog meer aangenaam verrast met de erkenning van de schepen dat de identiteit van de stad maar kan versterkt worden “op basis van de erkenning dat de kwaliteit van deze stad mede door haar (steden)bouwkundig erfgoed bepaald en ondersteund worden”. Iets wat Dement al jaren van de daken schreeuwt, maar waar schepen Bronders een duur betaalde studie voor nodig had om dit in te zien….

En ons geluk kon werkelijk niet op toen we lazen dat de inventaris van het onroerend erfgoed, opgesteld door het VIOE, dan toch als basis van zijn actieplan gehanteerd werd. Eind april deed onze schepen de inventaris nog smalend af als “een lijstje dat op een namiddag door een 21-jarig meisje met een fototoestel werd opgemaakt”. Drie pagina’s verder werden we echter abrupt uit onze roes gerukt. Veel gepalaver, consultaties, persconferenties, enz. in het verschiet MAAR OP CONCRETE ACTIE BLIJFT HET WACHTEN. Stadsvernieuwing staat in Oostende nog steeds voor stadsvernieling. De timing voor het opmaken van het definitief Actieplan bouwkundig erfgoed wordt, zoals we al langer vreesden, op de lange baan (2009) geschoven.

De schepen sust met de verduidelijking dat alle sloopaanvragen voor panden uit de VIOE ondertussen aan de Commissie Smets worden voorgelegd. En deze kunnen blijkbaar zonder verantwoording te moeten afleggen beslissen over ons erfgoed. Waar is de openbaarheid van bestuur ? De praktijk heeft ons ondertussen duidelijk gemaakt dat de commissie A.be niet meer dan een doekje voor het bloeden is. Ontelbaar zijn de erfgoedpanden die sinds de oprichting van deze Commissie onder de sloophamer verdwenen zijn of binnenkort op het sloopprogramma van schepen Bronders staan : Koninginnelaan 67-69, Stefanieplein 45, Villa Gratia Quies in de Rogierlaan, Hotel Paloma in de Ijzerstraat, rusthuis Les Etoiles in de Koningstraat, en ga zo maar door. De opgehouden schijn en de werkelijkheid staan mijlenver uit elkaar !!!

Schepen Bronders heeft besloten om in het najaar 2008 aan deze thematiek een Internationaal congres met workshops te wijden. En ondertussen verdwijnt ons erfgoed aan de lopende band… De verkiezingsbelofte van schepen Bronders van oktober 2006 dat hij streng zou optreden tegen de afbraak van Oud Oostende is bijna 2 jaar later nog steeds niet ingelost. (Prinses Stefanieplein 45 werd afgebroken ondanks de beloftes van Bronders in 2006! Het Art Deco pand waarvoor Bronders nog zo’n ophef maakte is niet meer…)

 

Enkele overpeinzingen over erfgoedbeleid – 31 augustus 2008

Zou onze Schepen voor monumentenzorg Bart Bronders zijn verantwoordelijk ontlopen door het misbruiken van de nieuwe werkelijkheid in het landschap van Erfgoedbeleid. De nieuwe werkelijkheid is dat Onroerend Erfgoed (vroeger “Monumenten en Landschappen”) niet meer de politiek van vroeger “kan” voeren, waarbij elk gebouw – wanneer het waarde bezat op het vlak van erfgoed – tot een “beschermd monument” werd verklaard. Voor een gebouw als beschermd monument kan tot 40-80% van de kosten voor restauratie gesubsidieerd worden. Dit is uiteraard een enorme kost. Met andere woorden, hoe meer monumenten er zijn, hoe meer de Vlaamse Overheid (overkoepelende organisatie van Onroerend Erfgoed) moet voorzien om deze monumenten in stand te houden. Een situatie die op termijn moeilijk houdbaar is. Dus werd de visie gewijzigd, en worden nu nog enkel gebouwen tot monument benoemd indien ze een betekenis hebben op “nationaal” of eventueel regionaal niveau! Op lokaal vlak is het volgens de Cel Onroerend Erfgoed de taak van de plaatselijke overheden om hun erfgoed in stand te houden, en de nodige middelen aan te wenden om een gezond erfgoedbeleid te voeren. Nu is de werkelijkheid iets meer genuanceerd.

In 2004, tijdens de laatste grote beschermings-ronde van Minister Van Grembergen was er al grote discussie over het algemeen of lokaal belang. De Oostendse Cultuurraad had in 2002 en 2004 een lijst ingediend ter bescherming, die verder ging dan de “honderden” nieuwe beschermingen van het Vlaamse Gewest. De term “algemeen belang” uit het beschermingsdecreet van 1976 wordt al altijd door de Cel Onroerend Erfgoed geïnterpreteerd als territoriaal, dus van belang voor het gehele Vlaamse gewest… De grotere lokale verantwoordelijkheid is er gekomen door Minister Van Mechelen die na meerdere jaren VU ministers, plots een veel liberaler beleid ging voeren bij ruimtelijke ordening. Budgetten waren uiteraard een grote factor hierin. Bovendien gelden er verdeelsleutels voor de premies tussen de overheden. Dit is trouwens een reden waardoor steden, gemeenten en provincies met het beschermingsdecreet niet zo gelukkig zijn, ze moeten immers meebetalen voor dossiers waarvoor ze geen enkele inspraak hebben. Als liberale minister wenst Minister Van Mechelen ook de individuele vrijheden van de eigenaars meer te respecteren. Maar wordt deze grotere lokale verantwoordelijk ook effectief genomen? Als we de huidige politiek nauwgezet volgen, vinden we toch van niet…

 

Quotes Zoek de verschillen :

Projectontwikkelaar Franklin Sleuyter in Knack (15/10/08): “Als die protestgroepen zo graag willen dat zo’n gebouw overeind blijft, moeten ze het maar zelf kopen”

Schepen Monumentenzorg Bart Bronders in de Zeewacht (17/10/08) : “Als de actievoerders ze willen behouden, dat ze het zelf kopen en restaureren”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *