Inventaris onroerend erfgoed werd "vastgesteld"

Er werd een omzendbrief vanuit het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) rondgestuurd naar alle colleges van Burgemeester en Schepenen. De brief verklaart uitdrukkelijk dat de erfgoedinventaris sinds 3 oktober wettelijk werd vastgelegd.

Op 14 september 2009 heeft de administrateur-generaal van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed voor Vlaanderen (“VIOE lijst”) bij wet vastgesteld. Dit werd via een besluit in het Staatsblad gepubliceerd. Door die vaststelling bestaat er voor het eerst een eenduidige en overzichtelijke lijst van het in Vlaanderen gebouwde patrimonium met erfgoedwaarde. De lijst bevat ongeveer 66.000 beschermde en niet- beschermde gebouwen. Deze VIOE lijst werd voor wat betreft Oostende door onze schepen van Monumentenzorg Bart Bronders nog smalend afgedaan als een lijst “die werd opgesteld door een 21-jarig meisje die op een namiddag met een fototoestel alle gebouwen heeft gefotografeerd” (artikel in het Nieuwsblad van 21 april 2008).

De rechtsgevolgen

De vaststelling van de inventaris heeft vooral rechtsgevolgen voor het niet-beschermde waardevolle patrimonium. Dankzij de vaststelling worden vijf wettelijke bepalingen geactiveerd in de regelgeving over onroerend erfgoed, ruimtelijke ordening, wonen en energieprestaties. Vroeger waren die bepalingen ‘slapend’ bij gebrek aan een vastgestelde lijst. Het gaat om uitzonderingsmaatregelen ten gunste van gebouwen uit de inventaris, met als hoofddoel ze voor afbraak te behoeden.

  1. Om een gebouw uit de vastgestelde lijst af te breken is altijd een stedenbouwkundige vergunning nodig. Die wordt door het gemeentebestuur al dan niet afgeleverd, nadat de erfgoedwaarde van het gebouw is afgewogen via een algemene onroerenderfgoedtoets. Het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de criteria van deze onroerenderfgoedtoets wordt momenteel voorbereid.
  2. Een stedenbouwkundige vergunning is ook nodig om zonnepanelen of zonneboilers op een plat dak te plaatsen of te integreren in een hellend dak van een gebouw uit de lijst.
  3. Zonevreemde gebouwen uit de lijst kunnen vlotter een nieuwe functie krijgen. Bv. een horeca functie voor een erfgoedpand in een vreemde zone, ten einde hergebruik van het pand te stimuleren.
  4. Gebouwen uit de lijst mogen afwijken van de geldende normen op het gebied van energieprestatie en binnenklimaat, voor zover die afwijking nodig is om de erfgoedwaarde van het pand in stand te houden. Dus de strengere eisen op gebied van dubbel glas of isolatie gelden in veel mindere mate voor panden uit de VIOE lijst. De energieprestatie was meestal een gemakkelijk argument van de bouwpromotoren om een erfgoedpand te mogen slopen. Het heette dan dat het onbetaalbaar was om oude gebouwen te laten voldoen aan de strenge eisen. Niet meer dus.
  5. In de sociale woningbouw geldt de regel dat kosten voor renovatie maximaal 80% mogen bedragen van de prijs voor een nieuwbouw van dezelfde omvang. Als de renovatiekosten meer bedragen, moet het gebouw worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Voor gebouwen uit de lijst geldt die 80%-regel niet. Op die manier wordt sociale huisvesting in deze gebouwen door renovatie gestimuleerd.
    Nu werden veel erfgoedpanden door de Oostendse Haard en de Gelukkige Haard met voorkooprecht aangekocht, waarna men ze jarenlang liet verkrotten. Op die manier liepen de kosten voor renovatie natuurlijk steeds meer op, zodat de 80%-regel na verloop van voldoende tijd automatisch van toepassing werd. Nu de regel voor panden uit de VIOE lijst wordt geschrapt, kan men terug op een neutrale manier overwegen om deze erfgoedpanden te verbouwen tot sociale woningen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *