Open brief aan de keizer

Geachte Heer Vande Lanotte,
Wij hadden eerst het plan opgevat om Bart Bronders, de schepen die nu al 12 jaar bevoegd is voor Stedenbouw, aan te schrijven. Nu we met het boek ‘De keizer van Oostende’ beter inzicht hebben verworven in de machtsverhoudingen in onze stad leek het ons beter om deze open brief aan u te richten.
De verkiezingen zijn in aantocht, en de ervaring leert ons dat politici in de weken vóór de stembusgang net iets meer hun oor te luisteren leggen bij de kiezers dan in de jaren erna.
Onze vzw vertegenwoordigt een ruime achterban die oprecht begaan is met het historisch patrimonium van de stad. Onze vzw is er rotsvast van overtuigd dat het behoud en de opwaardering van dit patrimonium bijdraagt tot de culturele, sociale, economische en toeristische aantrekkelijkheid van Oostende.
Er werd tijdens de voorbije legislatuur gestart met een erfgoedbeleid, maar tegelijkertijd nam de appartementsbouw in onze stad alweer een hoge vlucht. Sinds 1996 werden er meer dan 6.700 nieuwbouwappartementen vergund. Maar al te vaak dienden karaktervolle erfgoedpanden te wijken voor bijwijlen architecturaal banale appartementsblokken.
Wij waren vol hoop toen uw schepen Bart Bronders in oktober 2006 aan een tweede legislatuur als Schepen van Ruimtelijke Ordening begon. In een krantenartikel onder de titel ‘Nieuw beleid strenger tegen afbraak Oud Oostende’, stond toen te lezen dat “Bronders […] meteen na de verkiezingen [wil] aantonen dat het wat hem betreft menens is”. De villa op het Prinses Stephanieplein 45 zou zijn testcase worden. Hij zou de afbraak tegenhouden, “in de geest van het actieplan en omdat het waardevol is voor ons bouwkundig erfgoed”, zo stond er verder te lezen. Het artikel is van de hand van Gunther Vanpraet, waarschijnlijk dankzij zijn lovende persartikels ondertussen bedankt met de riant betaalde job van Afgevaardigd Bestuurder van het nieuwe ‘Economisch Huis’. Het mocht niet zijn : de typisch oude Oostendse villa op het Prinses Stephanieplein 45 die nog in uitstekende staat was, is tijdens de voorbije legislatuur onder de sloophamer gesneuveld…
De onwaarschijnlijke farce rond de verkoop en vervolgens voorgenomen sloop van het Hotel du Louvre leidde tot de oprichting van Dement Oostende. Het is nu 5 jaar geleden dat de Raad van State de vergunning voor de sloop van het Hotel du Louvre heeft vernietigd, maar het dossier blijft ondertussen onaangeroerd op het bureel bij partijgenoot Bart Bronders liggen
De stad die -naar eigen zeggen van schepen Bart Bronders- bij de verkoop beloofd had dat het pand mocht gesloopt worden, speelde toen het spel van de bouwpromotor bij de afhandeling van diens sloopaanvraag listig mee. In het Uplace dossier noemt partijgenoot Louis Tobback zulke praktijken belangenvermenging: een overheid die tegelijk rechter én partij is door eerst de nodige vergunningen te beloven en nadien als rechter moet oordelen over de toekenning van deze vergunningen.
Gelukkig heeft de Raad van State hier een stokje voor gestoken of ook het Hotel du Louvre was tijdens de voorbije legislatuur onder de sloophamer gesneuveld, niettegenstaande de verkiezingsbelofte van schepen Bronders dat hij strenger zou optreden tegen de afbraak van oud Oostende. Ondertussen is het al bijna 5 jaar wachten op een beslissing over de nieuwe sloopaanvraag van het Hotel du Louvre waartegen méér dan 630 Oostendenaars bezwaar hebben ingediend. Het Hotel du Louvre heeft ondertussen een hoge locuswaarde gekregen, maar verkrot aan een zeer hoog tempo verder.
Wij vragen dat dit dossier eindelijk van onder het stof wordt gehaald. Wanneer zal het stadsbestuur deze sloopaanvraag eindelijk weigeren en een duidelijk signaal aan de bouwpromotor te geven dat hij de moedwillige verkrotting van het Hotel du Louvre dient stop te zetten? Of is het een vertragingsmanoeuvre om later te kunnen verklaren dat de renovatie economisch niet meer te verantwoorden viel…
De vergaande verkrotting van huizen rondom de Sint-Jozefskerk in de wijk ‘Oud Hospitaal’ heeft gelukkig wel een (begin van) oplossing gekregen. Gedurende 10 jaar heeft de sociale huisvestingsmaatschappij ‘De Oostendse Haard’ panden op het Filip van Maestrichtplein laten verkrotten en daarmee de verloedering van de buurt mee in de hand gewerkt.
Het stond al sinds 2003, bij de opmaak van het BPA “Oud Hospitaal”, in de sterren geschreven dat het voormalig kolenmagazijn Vandenbroecke en het burgerhuis met gele tegels tegen de vlakte moesten. Alle historische waardevolle panden op dit plein kregen in dit BPA het stedenbouwkundig voorschrift “waardevol pand” toebedeeld behalve deze twee panden, eigendom van ‘De Oostendse Haard’. Deze moesten immers plaats maken voor het grootschalig sociaal wooncomplex van uw partijgenoten Vanessa Vens en Annemie Dewinter. Nochtans staan beide panden vermeld in de Vlaamse inventaris voor onroerend erfgoed én heeft ook de Commissie A.be ondertussen aan beide panden een hoge locuswaarde toegekend.
Niettegenstaande de hoge locuswaarde leverde het stadsbestuur op 3 mei jl. de sloopvergunning af voor het burgerhuis met de gele tegels,. Het gebouw was te verwaarloosd en in te verre staat van verkrotting om nog gered te worden, evenals de volledige achterbouw van het Vandebroucke pand. Hier werd enkel de gevel bewaard. Het actieplan ‘Bouwkundig Erfgoed’ verhindert dus niet de sloop van panden met een hoge locuswaarde. Een lot dat Hotel du Louvre ook staat te wachten?
Het sociaal nieuwbouwwooncomplex aan het plein werd nog steeds niet verwezenlijkt, maar de renovatie en ombouw van een aantal Belle Epoque woningen naar sociale woningen toont aan dat het wel degelijk mogelijk is erfgoed te herbestemmen. Dit project werd verwezenlijkt in de Antwerpenstraat door andere sociale huisvestingsmaatschappij ‘De Gelukkige Haard’.
Ook de bewoners van de Oosteroever kunnen ondertussen meespreken van de immense druk die de immolobby op de leefbaarheid van een wijk zet. Ook hier moet het zo typische industrieel-maritieme erfgoed uit het interbellum en de naoorlogse jaren wijken voor luxueuze nieuwbouwappartementen die voor de modale Oostendenaar onbetaalbaar zijn. Uw reactie dat het protest van de vzw Oosteroever en onze vereniging tegen de bouwplannen van bouwpromotor Versluys-CFE “rijkelijk laat” kwam, terwijl het openbaar onderzoek over de bouwaanvraag nog moest aanvangen, was tekenend voor de minachting waarmee bezwaren van omwonenden tegen megalomane bouwprojecten door uw bestuur al te vaak worden weggewimpeld. Versluys-CFE wagen nu een nieuwe poging en rekenen er klaarblijkelijk op dat de luwte van het zomerreces een pak minder bezwaren zal hebben opgeleverd. Andermaal wordt de burger in verwarring gebracht doordat er bijna gelijktijdig twee aparte openbare onderzoek voor een nochtans ondeelbaar project worden georganiseerd. Hoedje af voor de dappere burger die, rechtstaand aan een balie van amper 30 cm breed en 1 m lang en de blikken van het ambtenarenkorps trotserend, zich door de lijvige dossiers op de dienst Stedenbouw durft te worstelen om zijn bezwaarrecht te kunnen uitoefenen!
Er zijn nog tal van andere voorbeelden waarbij waardevol erfgoed dat ondanks de verkiezingsbeloftes in 2006 tijdens de voorbije legislatuur tegen de vlakte zijn gegaan. Wij denken bijvoorbeeld aan het prachtige Belle Epoque Hotel Paloma gelegen te midden van beschermde monumenten, het beeldbepalend pand ‘Petit Paris’, panden in de Koninginnelaan, vele andere erfgoedpanden op de invalswegen van Oostende, enz.

Een ontluikend erfgoedbeleid?

De eerlijkheid gebiedt ons te erkennen dat tijdens de voorbije legislatuur niettemin de eerste stappen werden gezet om het lokaal erfgoed in onze stad te beschermen. Het actieplan Bouwkundig Erfgoed is vooruitstrevend op papier, doch verhindert niet dat in de praktijk bouwpromotoren of huisvestingsmaatschappijen nog steeds ongehinderd historisch waardevolle panden met hoge locuswaarde kunnen laten verkrotten totdat enkel nog de sloop het enige bouwtechnische alternatief is. Er is dus zeker nog veel werk aan het huidig erfgoedbeleid dat er ons inziens zonder integrale visie en inspraak is gekomen. Dit erfgoedbeleid leidt vandaag spijtig genoeg tot regelneverij en een weinig transparant opererende erfgoedcommissie. Hierdoor worden goedgemeende, particuliere renovatieprojecten eerder ontmoedigd dan ondersteund.
We merken dat andere stadsdiensten zoals de Cultuurdienst of Toerisme Oostende zich nu ook voor de opwaardering van het erfgoed inspannen. Ja zelfs het Economisch Huis van Bart Bronders en Gunther Vanpraet erkennen nu in een charmeoffensief vlak vóór de verkiezingen de talrijke voordelen van een mooie Belle Epoquewijk: centraal gelegen is, een ruim aanbod aan specifieke handelszaken, veel eengezinswoningen en een mooie mix van architectuur en multi-cultuur. Iets wat Dement Oostende al jaren van de daken schreeuwt. Met een logo- en een affichecampagne wordt de Belle Epoque wijk nu volop gepromoot. Maar de wat verwarrende campagne is spijtig genoeg volledig gericht op de economische kant van enkele wijken (zelfs wijken die totaal niets te maken hebben met de Belle Epoque) zonder enige link naar de architecturale waarde en de historische context. Een gemiste kans voor een totaalvisie ?
Wij durven er dan ook op aan te dringen dat in de komende legislatuur ook op de dienst Stedenbouw een objectief, geloofwaardig en consequent erfgoedbeleid zou gevoerd worden. Dit kan alleen door op deze dienst een nieuwe wind met frisse ideeën te laten waaien, resoluut komaf te maken met de innige banden die over de voorbije jaren met architecten, bouwpromotoren en vastgoedmakelaars werden gesmeed, en bezwaren van omwonenden tegen het zoveelste appartementsgebouw in onze stad ernstig te nemen.
Een haalbare kaart voor de man die de bouw van gigantische windmolenparken kilometers ver op zee heeft mogelijk gemaakt, zo lijkt ons toch.
Maar wat onze vzw ter zake ook moge bepleiten, uiteindelijk zal de kiezer, en niet alleen de keizer, beschikken over de volgende legislatuur.
Met beleefde groeten,
Vzw Dement Oostende

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *