Special Filip Van Maestrichtplein

In de schaduw van de kerk aan de voet van de synagoge ligt een rustig pleintje die nog steeds de sfeer uitademt van Oostende van weleer. De drukte van de winkelstraat vooraan de kerk is in fel contrast met de rust aan de achterkant met zijn honderdjarige gevels dito bomen die zowaar een buitenlands karakter geven aan dit authentiek pleintje. Ook links en rechts van de kerk staan statige huizen die ooit de belle epoque grandeur van Oostende hebben weerspiegeld. puntgevels, trapgevels, blinkende faiencegevels, gevels met nog net leesbare beschilderde reclameteksten. Gelukkig zijn deze getuigen nog niet ter ziele. Bedreigd maar nog niet verloren, en o-zo-mooi. Daarom kom ik zo graag kijken naar dit bejaard stukje Oostende.

Kroniek van een sluipende sloop

 

De intentie was er, de plannen ambitieus : De voorpagina van de Grote Klok van februari 2002 kopte : ‘Een mooi perspectief voor de wijk Oud- Hospitaal’. Op pagina 4 lezen we : “de wijk Oud-Hospitaal heeft een historisch karakter dat moet bewaard en meer nog, versterkt worden. Door oude panden te renoveren krijgen ze hun unieke waarde van herenhuis terug (…)”. Als één van de tien punten voor de renovatie van de wijk Oud- Hospitaal wordt verder nog vermeld : “Behoud van architectonisch waardevol patrimonium door een actief architectuurbeleid”. In de Grote Klok van augustus 2002 lezen we dat luik 4 van het Villaplan wordt vastgesteld : “Het villaplan wil ook in de wijk Oud Hospitaal waardevolle gebouwen behouden”. Schepen Bronders verklaart hierop in de Tips van 12 december 2002 dat de wijk Oud-Hospitaal een schitterende stadswijk wordt : “De huizen die er nog staan en die architecturaal waardevol zijn, worden bovendien beschermd door ons villaplan.”.

Een van deze mooie historische en architecturaal waardevolle panden is onbetwistbaar het herenhuis met de geglazuurde gele tegels aan het F. van Maestrichtplein nr. 7. In de VIOE lezen we hieromtrent : “Statig eclectisch burgerhuis van het eerste kwart van de 20ste eeuw; enkelhuis van twee ongelijke traveeën en souterrain + drie bouwlagen onder zadeldak (nok evenwijdig met straat). Lijstgevel bekleed met geglazuurde gele en groene geveltegels, arduinen plint. Rechter venstertravee uitgewerkt als risaliet: zijpilasters waarop driehoekig fronton met topstuk, bel-etage met uitbuikende gietijzeren balkonleuning, (deels vernieuwde) houten erker op tweede bouwlaag waarboven rechthoekige gietijzeren balkonleuning. Fries van faiencetegels boven bel-etage en als fries van de kroonlijst met muizentanden. Rechthoekige muuropeningen, deels met vernieuwd houtwerk.”

Aan de foto’s uit de VIOE kan duidelijk afgeleid worden in welke goede staat dit herenhuis zich ten tijde van zijn inventarisatie medio jaren ’90 nog bevond (Fig. 1). Begin 2003 kocht de sociale huisvestingsmaatschappij ‘de Oostendse Haard’ evenwel een aantal panden gelegen op de hoek van het Filip Van Maestrichtplein en de Amsterdamstraat, waaronder het Vandebroucke pand en het herenhuis met de gele geglazuurde tegels. De bedoeling was om de historisch waardevolle panden te slopen en er een grootschalig sociaal woonproject te vestigen (Fig. 2).

In het voorjaar 2003 werd het BPA nr. 123-01 ‘Oud Hospitaal’, dat met de aanduiding van ‘waardevolle panden’ de juridische basis legde voor het Villaplan in de wijk ‘Oud Hospitaal’, aangenomen. Alle mooie beloften over een versterking van het historisch karakter van de wijk ‘Oud Hospitaal’ ten spijt, werden de historisch waardevolle panden van ‘de Oostendse Haard’ op het F. Van Maestrichtplein, ofschoon geïnventariseerd in de VIOE, nu net niet als ‘waardevol pand’ in het BPA aangeduid. Op de gemeenteraad van 23 mei 2003 weerlegde schepen Bronders het bezwaar van een aantal alerte burgers met het ongerijmde argument dat “de aanpalende gebouwen Amsterdamstraat 64/68 niet als waardevol kunnen worden beschouwd vermits zij niet in de voormelde inventaris zijn opgenomen en omdat zij samen ermee zijn opgenomen in het project voor sociale woningenbouw.”. Panden, ofschoon geïnventariseerd in de VIOE, die palen aan panden die niet in de VIOE werden opgenomen, zijn dus volgens schepen Bronders niet historisch waardevol. Van ruimtelijke planning à la tête du client gesproken.

 

Sinds de verwerving in januari 2003 liet ‘de Oostendse Haard’ de toen nog structureel gezonde panden verkrotten. Jaren van verkrotting gingen aldus voorbij. Op fig. 3 is duidelijk te merken hoe de mooie geglazuurde tegelwand afbrokkelt. Het protest van de buurtbewoners tegen wat ondertussen heuse stadskankers geworden waren groeide. Ook Dement heeft deze verkrotting meermaals aan de kaak gesteld. Begin 2008 liet ‘de Oostendse Haard’ hierop haar sloopplannen varen. De panden aan het Filip Van Maestrichtplein en in de Amsterdamstraat werden openbaar te koop gesteld onder de verplichting om de historische gevel te renoveren. In het persbericht van 25 januari 2008 hoopte ‘de Oostendse Haard’ dat ‘de panden aan het Maestrichtplein een nieuwe eigenaar vinden die ze met veel liefde zal renoveren’.
De instelprijs van 115.000 € (zonder kosten) voor het inmiddels volledig verkrotte herenhuis met de gele geglazuurde tegels was echter dusdanig hoog dat er op de eerste zitdag geen koper opdaagde. Nog voor de tweede zitdag kon plaats vinden viel het fries van het dak. Een beter bewijs van de totale verloedering van dit pand was er niet (Fig. 4). Ondertussen zijn weer twee jaren van verkrotting verstreken. Voor ‘de Oostendse Haard’ zit er niets anders meer op dan het herenhuis met de gele geglazuurde tegels alsnog toch te slopen. De verkrotting is ondertussen dusdanig ingezet dat de openbare veiligheid in het gedrang is. De erker werd in het voorjaar 2010 verwijderd omdat deze ieder moment kon instorten (Fig. 5-6). In Oostende vallen historisch waardevolle panden nog steeds ten prooi aan de sloop, als men ze maar lang genoeg laat verkrotten.

Ondertussen gaat het gerucht dat ‘de Oostendse Haard’ het gele pand en de hoekpanden ondertussen verkocht hebben aan WoonWel. Deze sociale huisvestingsmaatschappij, ontstaan uit de fusie van “Onze Landelijke Woning” en “Eigen Haard is Goud Waard”, is vooral actief in de bouw van sociale koopwoningen en -appartementen. WoonWel zou, naar het schijnt, voor dit project een wedstrijd hebben uitgeschreven die gewonnen werd door architectenbureau Ampe.Trybou uit Oudenburg. Het project zou aan de erfgoedcommissie voorgesteld en er met vlag en wimpel goedgekeurd zijn. Alle panden zouden worden afgebroken, maar de gevel van het herenhuis zou deels met de terugkomende gele elementen opgebouwd worden. Hoe de plannen er in concreto uit zullen zien hebben we nog het raden naar.

De andere panden van het Filip Van Maestrichtplein

Filip van Maestrichtplein 2. De eigenaars van het rode bakstenenhuis zijn naar de VS uitgeweken Nederlanders die dit huis renoveren voor de verhuring als ‘summer house’ voor Amerikanen op reis door Europa. Zij verhuren reeds een aantal vakantiewoningen, terug te vinden onder op hun website www.iotawestenburg.com.

Filip van Maestrichtplein 6 ‘Vandenbroucke pand’. We kunnen ook nog melding maken van het feit dat de stedenbouwkundige vergunning voor de verbouwing van het Vandenbroucke-pand tot een Bed & Breakfast en tearoom op het gelijkvloers ondertussen werd afgeleverd.

Filip van Maestrichtplein 4. Het purperen huis naast het Vandenbroecke pand, en ooit nog eigendom van voormalig SP.a gemeenteraadslid wijlen Willy Van Hulle, heeft ondertussen een nieuwe eigenaar die het aan het renoveren is en van daaruit professioneel (Duhayon Computer Applications) actief is.

Synagoge van Oostende Filip Van Maestrichtplein 3

Aan het einde van de 19de eeuw verblijven gedurende het zomerseizoen zo’n 300 joodse families in Oostende. Deze situatie brengt koning Leopold II ertoe een bijgebouw van een voormalig koninklijk paleis ter beschikking te stellen voor de inrichting van een kleine synagoge. Op 5 juni 1904 wordt de Israëlitische Gemeenschap van Oostende per Koninklijk Besluit erkend.

 

Op dat moment wonen zo’n 100 tot 150 joden permanent in de badplaats. Tijdens de zomer doen vakantiegangers het aantal Joden in de stad soms stijgen tot 1500 à 2000. Op 10 december 1910 krijgt de gemeenschap toestemming om een «echte» synagoge te bouwen. De Oostendse synagoge wordt ontworpen door de joodse architect Joseph De Lange en ingewijd op 29 augustus 1911. Het interbellum is een periode van voorspoed voor de Israëlitische Gemeenschap van Oostende. De populatie verdubbelt in deze periode. In de jaren ‘30 begint de hemel boven Europa te versomberen. De eerste voortekenen van de komende tragedie worden zichtbaar via de komst van joodse vluchtelingen uit Duitsland. Een aantal van hen, onder wie Albert Einstein, reist via Oostende naar betere oorden. Kort daarna breekt de Tweede Wereldoorlog los. Op 10 oktober 1942 krijgen de laatste joodse inwoners van Oostende bevel de stad te verlaten en zich naar een van de grote steden van het land te begeven. Ze worden aangemaand «niet te vergeten hun nieuwe adres door te geven». Voor velen van hen wordt dit nieuwe adres… de Dossinkazerne in Mechelen. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog keert een zeer klein aantal overlevenden terug naar Oostende. Hoewel ze weten dat de oude glorie nooit zal weerkeren, doet dit handjevol joden een voorzichtige poging om een nieuw gemeenschapsleven op te bouwen. Dankzij de toewijding van onder meer de families Kalter, Klener, Legley en Wulfowicz worden de synagoge en de tradities in leven gehouden. De prachtige synagoge van Oostende is nog altijd in gebruik en kan op aanvraag bezocht worden. In 2011 wordt het eeuwfeest van de inwijding van de synagoge gevierd met een misviering die rechtstreeks op televisie zal worden uitgezonden.

Klik hier voor meer info over het kunstwerk op het plein.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *