Thermae Palace, Koninklijke Gaanderijen, Vrijstaat O. & stedelijk zwembad: Wat is de visie van de stad Oostende op de invulling van deze unieke erfgoedsite?

30 november uiterste datum voor aankoopbod van Thermae Palace & Koninklijke Gaanderijen

In 2013 deed de stad Oostende een beroep op de Vlaamse bouwmeester om een voorstel uit te werken voor het stedelijk zwembad. De bedoeling was dit iconisch gebouw van de Oostendse architecten Felix en Tanghe in de stijl van het Engels brutalisme (begin jaren ’70)  met respect te renoveren en het bad tot toeristische trekpleister uit te bouwen. Groot was de verbazing toen ons stadsbestuur in januari 2016 plotsklaps besloot om de open oproep van de Vlaamse Bouwmeester voor de renovatie van het stedelijk zwembad stop te zetten en het stedelijk zwembad te slopen. Over hoe zij de site nà de sloop van het zwembad dan wel zou invullen, houdt het stadsbestuur de Oostendenaar nog steeds in het ongewisse.

Nog groter was de verbazing toen het stadbestuur, samen met het Vlaams Gewest, enkele maanden later besloot om het Thermae Palace hotel en de Koninklijke Gaanderijen te koop te stellen. Begin juli 2016 lanceerden zij een oproep naar kandidaten voor “de restauratie en verbeterde exploitatie als horeca-entiteit van het Thermae Palace en de Koninklijke Gaanderijen via een aangepaste beheers- of eigendomsstructuur”. Uiterlijk 30 november as. moeten de gegadigden hun kandidatuur indienen en zal een commissie bestaande uit experten van verschillende disciplines het beste voorstel aan de hand van verschillende wegingscriteria selecteren.

Thermae palaceKoninklijke Gaanderijen

De geschiedenis van de Koninklijke Gaanderijen en de Thermae Palace

De VIOE leert ons het volgende over deze markante site.

De Koninklijke Gaanderijen werden begin 1900 gebouwd met de toelage die de stad in 1902 krijgt als compensatie voor de wettelijke afschaffing van de kansspelen. Het is een 366 m lange overdekte wandelgalerij tussen de toenmalige koninklijke chalet en de toegang tot de Wellingtonrenbaan. Aan beide uiteinden worden ze geflankeerd door een paviljoen (VIOE nr. 56979). Het paviljoen aan de oostkant is thans gekend als ‘De Droge Coo’ (of ook wel Vrijstaat O), dat aan de westkant herbergt het Spilliaert Huis. In 1929 wordt besloten om een thermaal instituut inclusief thermen en een “Grand Hôtel” op en achter de Koninklijke gaanderijen te bouwen: het “Palais des Thermes”, nu “Thermae Palace”. De uiteindelijke bouw van het neoclassicistische “Thermae Palace”, met interieur in art-decostijl, gebeurt naar ontwerp van het Parijse architectencollectief J. Flegenheimer, H. Bard en F. Garella en de Oostendse architect A. Daniels (1883-1976); de bijhorende urbanistische projecten blijven onuitgevoerd. Aannemer Van Coillie realiseert het project in achttien maanden. Op 28 juni 1933 kunnen koning Albert I en koningin Elisabeth het complex inhuldigen; het zwembad is reeds sedert april in gebruik. Het prestigieuze “Palais des Thermes” stelt vanaf de openstelling zware problemen op het vlak van de uitbating. Vanaf de Tweede Wereldoorlog wordt het gesloten. In de jaren 1970-1980 wordt de draad opnieuw opgenomen, mits de nodig geachte aanpassingen en verbouwingen in het kader van een haalbare, eigentijdse uitbating: een luxe-hotel met congresruimtes o.m. ter hoogte van het oorspronkelijke zwembad (VIOE nr. 56980).

Uit gezonde interesse voor deze markante erfgoedsite, heeft Dement het lastenboek opgevraagd bij ons stadsbestuur. Enigszins tot onze verbazing werd het volledige lastenboek ons op een USB-stick overhandigd, weliswaar nà ondertekening van een confidentialiteitsverbintenis. Dement is een ernstige vereniging die haar woord houdt. Wat volgt komt dan ook niet uit het lastenboek, maar berust louter op publiek beschikbare bronnen.

Het is alom geweten dat de Vlaamse overheid een subsidie van 10 miljoen euro toekent voor de restauratie van de gebouwen. Wat allicht minder bekend is is dat de opbrengst van de verkoop van deze site integraal zal toekomen aan de Vlaamse overheid. Dit volgt uit het antwoord dat Minister-President Geert Bourgeois heeft gegeven op een parlementaire vraag van Johan Verstreken.

Thermae palace

Muiterij in de meerderheidscoalitie

De voorgenomen verkoop van het Thermencomplex leidde tot een hevige discussie in de gemeenteraad, tot in de meerderheid zelf. Sarah Casteur (Open VLD) vond het niet kunnen dat de huidige uitbater van het hotel Thermae Palace op een verbrekingsvergoeding van 8.000.000 € kan rekenen indien de stad en het Vlaamse Gewest het Thermencomplex aan een derde verkopen. Yves Miroir (SP.a) wees erop dat de stad de inkomsten van de verhuring zal kwijtspelen en de uitbater op basis van de huurovereenkomst nu reeds tot restauratie kan aanspreken. Het kan verkeren. Yves Miroir, die zich in 2004 als toenmalig bevoegde schepen heel laagdunkend uitsprak over zij die het Hotel du Louvre (toen ook eigendom van de stad) van de sloop wilden redden, springt nu plots op de bres voor erfgoed door te eisen dat de stad de huurder van haar patrimonium tot restauratie zou aanspreken. Zoveel kritisch geluid kon de meerderheid in het stadsbestuur vanzelfsprekend niet dulden. Sarah Casteur werd bij de Open VLD buiten gewerkt en Yves Miroir mocht zich voor de deontologische commissie van de SP.a verantwoorden.

Is erfgoed beter af in publiek of in privébezit?

Vrijstaat O.Dat de stad Oostende en het Vlaamse Gewest een beschermd hotelcomplex verkopen is op zich geen domme beslissing. Het is niet de taak van de overheid om commercieel vastgoed aan te houden. Een private eigenaar kan evengoed een hotelfunctie in een beschermd gebouw uitbaten zoals bijv. het Leopold Hotel in de Van Iseghemlaan (het vroegere Hotel Mondo); de bescherming op zich en de commerciële noodzaak om kwalitatieve accomodatie aan de hotelgasten te bieden, moeten ons inziens voldoende garanties opleveren voor het behoud van een historisch monument. Een beschermd monument is immers niet noodzakelijk beter af met een publieke overheid als eigenaar. Het is een feit dat de stad Oostende als (mede-)eigenaar nooit veel interesse betoond heeft in het behoud en de restauratie van het markantste complex aan de Belgische kust…

Wat ons evenwel volledig ontgaat is waarom ook de Koninklijke Gaanderijen die een uitgesproken publieke functie vervullen, moeten verkocht worden. De gaanderijen maken onlosmakelijk deel uit van de publieke ruimte op de zeedijk. Veel Oostendenaren en toeristen genieten ervan om in de 336m lange gaanderij te wandelen, zeker bij regenweer. In deze optiek verschillen de Koninklijke Gaanderijen niet veel van het staketsel; beiden maken deel uit van de publieke ruimte en vervullen een quasi uitsluitend publieke functie. Hierbij komt nog dat de Koninklijke Gaanderijen niet in hun geheel verkocht worden. De Droge Coo wordt immers niet verkocht. Hoe het langetermijnbeheer van dit paviljoen zal verzekerd worden, wordt de Oostendenaar niet verteld. Of deze versnipperde eigendomsstructuur de beste garantie voor een uniforme restauratie en opwaardering van de Koninklijke Gaanderijen inhoudt, durven wij te betwijfelen.

Wat gebeurt er nu eigenlijk met het stedelijk zwembad?

Nog erger is dat een integrale en consistente visie op de ontwikkeling van de volledige site, dus met het stedelijk zwembad inbegrepen, volledig ontbreekt. Hoe de ontwikkeling van het Thermencomplex en het (gesloopte dan wel herbestemde) stedelijk zwembad hand in hand zullen gaan, is een groot vraagteken. De aanpak van ons stadsbestuur is dan ook niet consistent. In plaats van een integrale visie op de volledige site te ontwikkelen en deze visie door te drukken in het bestek voor de kandidaat-kopers van het Thermencomplex laat zij de inrichting van de site van het Thermencomplex volledig over aan de grillen van de particuliere investeerder. Zoals Dement eerder reeds meldde, biedt er zich met de verkoop van het Thermencomplex en de eventuele sloop nochtans een unieke kans aan om dit stedelijk landschap, met enkele van onze meest beeldbepalende gebouwen zoals de hippodroom, de Thermae Palace, en de Koninklijke gaanderijen die getuigen van de urbanisatie onder Leopold II en het mondaine karakter dat Oostende ooit zo kenmerkte, in zijn grandeur te herstellen door de aanleg van één grote, kwaliteitsvolle en publiek toegankelijke site.

stedelijk zwembadstedelijk zwembad

Geen visionair beleid van ons stadsbestuur op de meest markante erfgoedsite van Oostende…

Het Thermencomplex verkopen en de landschapsinrichting ervan volledig overlaten aan de kandidaat-koper zonder terzelfdertijd ook de site van het stedelijk zwembad aan te pakken getuigt dan ook van een compleet gebrek aan visie van ons stadsbestuur om op deze locatie één homogene erfgoedsite te ontwikkelen die een belangrijke meerwaarde biedt voor de toeristische uitstraling van onze stad tot ver buiten de landsgrenzen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *