Zes actiepunten voor een daadkrachtig en consequent erfgoedbeleid

Dement wil constructief meewerken aan het erfgoedbeleid van Schepen Tommelein. Zij heeft zich kandidaat gesteld voor de GECORO en formuleert alvast 6 voorstellen om het prille lokaal erfgoedbeleid in Oostende naar een hoger niveau te tillen

Het erfgoedbeleid in een RUP opnemen

De lokale erfgoedlijst werd in een achterkamertje vastgesteld zonder enige inspraak. Vele eigenaars van erfgoedpanden weten zelfs niet dat hun pand op deze lijst vermeld wordt.
Voormalig schepen Bart Bronders heeft steeds voorop gesteld dat het lokaal erfgoedbeleid in een RUP zou verankerd worden: “Nu wij, na de goedkeuring van ons gemeentelijke structuurplan (GRS) zelf ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) kunnen maken, zijn wij volop bezig met de voorbereiding van een ‘bouwkundig erfgoed’ RUP. Hiervoor werd een werkgroep samengesteld, waarvan de Vlaamse Bouwmeester voorzitter is.” (zie http://www.bartbronders.be/projecten.htm).

Dement Oostende roept Schepen Tommelein op om het werk van zijn voorganger af te werken en het lokaal erfgoedbeleid in een RUP op te nemen. Bij de vaststelling van het RUP zal iedere Oostendenaar kunnen nagaan of zijn pand op de erfgoedlijst voorkomt en bezwaar kunnen aantekenen. Eenmaal aangenomen zal het RUP een sterkere rechtsbasis hebben en op een breder maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen.

Het stimuleren van renovatie en/of herbestemming van erfgoed door een aangepast stadsbeleid en het promoten van privé-initiatieven

Het AGSO moet zich richten op kleinschalige herontwikkelings- en renovatieprojecten van erfgoedpanden die als voorbeeld voor de stadsbewoners kan dienen. Het moet privé-initiatieven ondersteunen door architecten en aannemers aan te sporen om renovaties tot aangename en aan de huidige comforteisen aangepaste stadswoningen voor gezinnen als referentie aan te wenden. Deze referenties kunnen de architecten en aannemers helpen om andere renovatieprojecten van erfgoedpanden binnen te halen.

Deze initiatieven kunnen gefinancierd worden met heffingen op erfgoedpanden die door huisjesmelkers zonder bouwvergunning tot opbrengsthuizen werden omgebouwd. Door de verhuring van tot opbrengsthuizen omgebouwde erfgoedpanden fiscaal te ontmoedigen zorgt de stad Oostende ervoor dat er betaalbare eengezinswoningen in het stadscentrum komen en huisjesmelkers met hun ondermaatse, tot opbrengsthuizen verbouwde erfgoedpanden niet langer de reguliere verhuurmarkt oneerlijke concurrentie kunnen aandoen.

Het aanpakken van de verkrotting van erfgoedpanden

Artikel 75 van de stedelijke verordening op de bouwwerken stelt het volgende: “Eigenaars zijn er in alle omstandigheden – ook bij tijdelijke leegstand – verplicht ervoor te zorgen dat de gevels, kroonlijsten en bedaking van hun panden goed onderhouden worden en een verzorgd uitzicht bieden.”

Dit artikel is steeds dode letter gebleven. Nochtans dient een daadkrachtig en consequent lokaal erfgoedbeleid ook op het terrein afgedwongen te worden. Indien de stad Oostende het werkelijk meent met haar lokaal patrimonium kan zij niet toelaten dat eigenaars dit dusdanig lang laten verkrotten dat enkel nog de sloop het enige bouwtechnische alternatief is. De stad moet moedwillige verkrotting van erfgoedpanden dan ook pro-actief, en desnoods repressief aanpakken.

Een geloofwaardige samenstelling van de erfgoedcommissie

Eind september 2012 heeft de stad Oostende eindelijk onthuld wie er nu eigenlijk in de erfgoedcommissie zetelt:

De helft van haar leden blijken ambtenaren van de stad Oostende of het AGSO te zijn. Zij zijn voor hun inkomen
afhankelijk van de stad Oostende. Bovendien hebben deze ambtenaren moeten aanvaarden dat er een lokaal erfgoedbeleid werd uitgewerkt waardoor hun bewegingsvrijheid in de afwikkeling van vergunningsaanvragen van de immolobby ernstig ingeperkt werd. De toegevoegde waarde van de aanwezigheid van het diensthoofd Stedenbouw in de commissie ontgaat Dement Oostende volledig vermits deze sowieso de vergunningsaanvraag dient te beoordelen.

De aanwezigheid van het Gentse advocatenkantoor LDR dat quasi alle stedenbouwzaken, ook die m.b.t. erfgoedpanden (bijv. Hotel du Louvre, het inmiddels gesloopt gebouw van de Vlaamse Visserijcoöperatie, het pand op de hoek van de A. Pieterslaan en L. Spilliaertstraat, Gentstraat 11), van de stad Oostende behartigt, maakt de ongeloofwaardigheid van de commissie compleet. Dement Oostende vindt het onaanvaardbaar dat een advocatenkantoor in de erfgoedcommissie zetelt en tegelijkertijd als raadsman voor de stad Oostende of bouwpromotoren optreedt in dossiers die langs de erfgoedcommissie passeren.

Indien de erfgoedcommissie geloofwaardig wil zijn, dient de meerderheid van haar leden te bestaan uit stedenbouwkundigen met een bijzondere expertise in erfgoed die niet onder het gezag van de stad Oostende staan of er voor hun inkomsten van afhankelijk zijn. De meerderheid zou moeten bestaan uit onafhankelijke leden, zoals bijv. leden van de Cultuurraad of een ambtenaar van het Agentschap Onroerend Erfgoed.

Het systeem van locuswaarden in een breder kader bekijken (wijken, straat- en stadsgezichten)

De huidige opdeling in panden met een hoge en lage locuswaarde geeft blijk van een redelijk geïsoleerde benadering, los van de context zelf van de desbetreffende panden. Zo dreigt een pand met lage locuswaarde in een straatsegment met overwegend panden met hoge locuswaarde alsnog te verdwijnen gewoon omdat het een lage locuswaarde heeft en er geen rekening gehouden wordt met het volledige straatsegment waarin dit pand zich bevindt.

Dement Oostende pleit voor een meer contextuele benadering waarbijer gekeken wordt, niet alleen naar de architecturale kwaliteit van het betrokken erfgoedpand zelf maar ook naar die van de omringende erfgoedpanden en dat de gebeurlijke nieuwe architectuur beoordeeld wordt in de volledige erfgoedcontext, en niet enkel m.b.t. het betrokken pand zelf.

Het inzage- en bezwaarrecht van de burgers ernstig nemen.

De dienst Stedenbouw blijkt zich niet dusdanig te kunnen organiseren dat tegeljkertijd burgers een dossier dat in openbaar onderzoek is, kunnen inkijken, en andere burgers met vragen bediend worden. De ontvangstbalie is niet ingericht om grondig inzage in een dossier te verkrijgen. De burger dient recht te staan aan een balie van amper 30 à 40 cm. breed en 1 1,5 m lang, en dit in het gezichtsveld van de volledige dienst Stedenbouw. Het is onmogelijk om op deze beperkte oppervlakte een bouwplan te ontvouwen en grondig te analyseren. Het is onmogelijk om copies van een dossier dat ter inzage ligt te nemen; foto’s nemen met smartphones is ook verboden.
Bezwaren moeten ernstig genomen worden. Al te vaak worden bezwaren niet inhoudelijk beoordeeld maar met puur formalistische argumenten terzijde geschoven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *